BWBR0009452
Geldig vanaf 1998-03-15
Artikel 11
Vaststelling programma’s en subsidieplafonds 1998 Subsidiebesluit milieugerichte technologie
1. Het Programma Hergebruik Afvalstoffen 1998 (PH’98) heeft als doel het bevorderen dat reeds opgedane kennis en inzichten op het gebied van – op hergebruik gerichte – gescheiden inzameling van afvalstoffen en van hergebruik van afvalstoffen in de praktijk worden getest en toegepast.
2. Projecten komen voor subsidie in aanmerking indien ze betrekking hebben op:
a. praktijkexperimenten waarmee met betrekking tot producten op hergebruik gerichte retoursystemen worden opgezet en geïntroduceerd, een en ander voor zover deze retoursystemen niet voortvloeien uit bij of krachtens de wet gegeven regels;
b. praktijkexperimenten of demonstratieprojecten met betrekking tot het, op hergebruik gerichte, gescheiden inzamelen of aanleveren van bedrijfsafval, afkomstig van de KWDI-sector, als omschreven in het Programma Gescheiden Inzamelen van Bedrijfsafval (Afval Overleg Orgaan; AOO-publicatie 97-11, Augustus 1997);
c. praktijkexperimenten of demonstratieprojecten die de mogelijkheden tot materiaalhergebruik van kunststof verpakkingsafval vergroten door: 1º verbetering van be- of (her)verwerkingstechnieken van dergelijk afval;
2º verbreding van de toepassingen van door be- of (her)verwerking uit dergelijk afval vrijkomende secundaire kunststoffen;
3º verbetering van de eigenschappen van door be- of (her)verwerking uit dergelijk afval vrijkomende secundaire kunststoffen, of
4º be- of verwerking van dergelijk afval tot voeding voor grondstofhergebruik.
1º verbetering van be- of (her)verwerkingstechnieken van dergelijk afval;
2º verbreding van de toepassingen van door be- of (her)verwerking uit dergelijk afval vrijkomende secundaire kunststoffen;
3º verbetering van de eigenschappen van door be- of (her)verwerking uit dergelijk afval vrijkomende secundaire kunststoffen, of
4º be- of verwerking van dergelijk afval tot voeding voor grondstofhergebruik.
3. Tot verpakkingsafval als bedoeld in dit programma worden niet gerekend reststoffen die vrijkomen bij de productie van verpakkingen.
4. Subsidie kan worden aangevraagd:
a. voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder a: door bedrijven die de desbetreffende producten produceren of importeren;
b. voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder b, voor zover het betreft bedrijfsafval, niet zijnde verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat, door provincies of gemeenten of door bedrijven die hetzij producten produceren in verband waarmee afval ontstaat, hetzij zich van dergelijk afval ontdoen of dergelijk afval inzamelen of verwerken;
c. voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder b, voor zover het projecten betreft ten aanzien van verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat, of voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder c: door bedrijven die, hetzij zich van bedrijfsafval als bedoeld in het tweede lid, onder b, of van verpakkingsafval, ontdoen, hetzij bedrijfsmatig verpakkingsafval be- of verwerken, hetzij secundaire grondstoffen toepassen.
5. Het subsidieplafond voor het tijdvak ingaande op de datum van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 december 1999 voor het programma, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op:
a. voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder a: f 700.000,-;
b. voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder b: 1º voor zover het verpakkingsafval betreft, dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: f 600.000,-;
2º voor zover het bedrijfsafval betreft, niet zijnde verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: f 400.000,-;
1º voor zover het verpakkingsafval betreft, dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: f 600.000,-;
2º voor zover het bedrijfsafval betreft, niet zijnde verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: f 400.000,-;
c. voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder c: f 1.200.000,-.
6. Het maximale subsidiepercentage van de projectkosten en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, bedraagt:
a. voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder a: 40% met een maximum van f 250.000,-;
b. voor praktijkexperimenten als bedoeld in het tweede lid, onder b: 1º voor zover het verpakkingsafval betreft dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: 25% met een maximum van f 125.000,-;
2º voor zover het bedrijfsafval betreft, niet zijnde verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: 40% met een maximum van f 250.000,-;
1º voor zover het verpakkingsafval betreft dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: 25% met een maximum van f 125.000,-;
2º voor zover het bedrijfsafval betreft, niet zijnde verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: 40% met een maximum van f 250.000,-;
c. voor demonstratieprojecten als bedoeld in het tweede lid, onder b: 1º voor zover het verpakkingsafval betreft dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: 20% met een maximum van f 125.000,-;
2º voor zover het bedrijfsafval betreft niet zijnde verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: 30% met een maximum van f 250.000,-;
1º voor zover het verpakkingsafval betreft dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: 20% met een maximum van f 125.000,-;
2º voor zover het bedrijfsafval betreft niet zijnde verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: 30% met een maximum van f 250.000,-;
d. voor praktijkexperimenten als bedoeld in het tweede lid, onder c: 33% met een maximum van f 165.000,-;
e. voor demonstratieprojecten als bedoeld in het tweede lid, onder c: 27% met een maximum van f 165.000,-.
7. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking, indien:
a. de projectkosten lager zijn dan f 75.000,-;
b. het project niet voor 1 juli 2001 wordt voltooid;
c. voor het project subsidie is verstrekt in het kader van: 1º het Subsidiebesluit milieugerichte technologie;
2º het Besluit technische ontwikkelingskredieten 1997;
3º het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten;
4º het Besluit subsidies economie, ecologie en technologie;
5º de Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie;
6º de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, of
7º de Stimuleringsregeling markt en concurrentiekracht.
1º het Subsidiebesluit milieugerichte technologie;
2º het Besluit technische ontwikkelingskredieten 1997;
3º het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten;
4º het Besluit subsidies economie, ecologie en technologie;
5º de Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie;
6º de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, of
7º de Stimuleringsregeling markt en concurrentiekracht.
d. door uitvoering van het project verschuiving van milieuproblemen naar andere milieucompartimenten optreedt;
e. het een project als bedoeld in het tweede lid, onder b, voor zover het betrekking heeft op verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat, of een project als bedoeld in het tweede lid, onder c, betreft, en dat project naar het oordeel van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer niet substantieel bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het Convenant Verpakkingen II, (deel)convenant materiaalhergebruik kunststofverpakkingen.
8. Bij de beoordeling van subsidie-aanvragen voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder a, worden - naast de in artikel 3, tweede lid, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie bedoelde aspecten - betrokken:
a. de mate van zekerheid dat het systeem, onderscheidenlijk de techniek, op korte termijn in Nederland operationeel wordt en een substantiële bijdrage levert aan preventie en hergebruik van afvalstoffen;
b. de mate waarin de resultaten van het project door andere bedrijven kunnen worden toegepast;
c. de mate waarin hergebruik plaatsvindt binnen dezelfde keten;
d. de hoogte van de projectkosten in relatie tot de milieuverdienste;
e. de mate waarin ten aanzien van het project samenwerking plaatsvindt tussen meerdere bedrijven, bij voorkeur tussen bedrijven die in verschillende fasen van productie of gebruik betrokken zijn bij hetzelfde product.
9. Bij de beoordeling van subsidie-aanvragen voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder b, voor zover het betreft bedrijfsafval, niet zijnde verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat, worden - naast de in artikel 3, tweede lid, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie bedoelde aspecten - betrokken:
a. de mate waarin ten aanzien van het project gescheiden inzameling van één of meerdere specifieke componenten wordt gerealiseerd waarbij het inzamelsysteem zodanig wordt ingericht dat de inzameling meer rendement oplevert;
b. de mate waarin ten aanzien van het project synergie wordt nagestreefd door samenwerking tussen bedrijven die zich van afval ontdoen, bedrijven die zich bezig houden met gescheiden inzameling van afval, en provincies of gemeenten;
c. de mate waarin het project een directe bijdrage levert aan het verhogen van materiaal-onderscheidenlijk producthergebruik;
d. de mate waarin het project practische, direct toepasbare kennis of ervaring oplevert, die bijdraagt aan een toename van materiaal- onderscheidenlijk producthergebruik.
10. Bij de beoordeling van subsidie-aanvragen voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder b, worden voor zover het betreft verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat - naast de in artikel 3, tweede lid, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie bedoelde aspecten - betrokken:
a. de mate waarin het project aan het eind van het jaar 2001 leidt tot een toename van de hoeveelheid mechanisch verwerkt kunststof verpakkingsafval uit Nederland;
b. de hoogte van de projectkosten in relatie tot de omvang van de hoeveelheid hergebruikt kunststof verpakkingsafval;
c. de verwachtingen omtrent de rentabiliteit van de in het project toegepaste systemen of technieken;
d. de mate waarin ten aanzien van het project samenwerking plaatsvindt tussen meerdere bedrijven, bij voorkeur tussen bedrijven die betrokken zijn bij verschillende onderdelen van het (her)verwerkingsproces of tussen bedrijven die zich van afval ontdoen.
11. Bij de beoordeling van subsidie-aanvragen voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder c, worden - naast de in artikel 3, tweede lid van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie bedoelde aspecten - betrokken:
a. de mate waarin het project aan het eind van het jaar 2001 leidt tot een toename van materiaalhergebruik van kunststof verpakkingsafval;
b. de mate waarin het project leidt tot de verbetering van de eigenschappen (kwaliteit) van uit het afval vrijkomende secundaire kunststoffen;
c. de mate van verbetering van de kosteneffectiviteit van de toegepaste be- of (her)verwerkingstechniek;
d. de mate waarin ten aanzien van het project samenwerking plaatsvindt tussen meerdere bedrijven, bij voorkeur tussen bedrijven die betrokken zijn bij verschillende onderdelen van het (her)verwerkingsproces.
12. De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verdeelt het subsidieplafond in de volgorde van rangschikking van de aanvragen op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van het programma.
13. Subsidie-aanvragen worden ingediend voor 16 maart 1999 bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu BV, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.
2. Projecten komen voor subsidie in aanmerking indien ze betrekking hebben op:
a. praktijkexperimenten waarmee met betrekking tot producten op hergebruik gerichte retoursystemen worden opgezet en geïntroduceerd, een en ander voor zover deze retoursystemen niet voortvloeien uit bij of krachtens de wet gegeven regels;
b. praktijkexperimenten of demonstratieprojecten met betrekking tot het, op hergebruik gerichte, gescheiden inzamelen of aanleveren van bedrijfsafval, afkomstig van de KWDI-sector, als omschreven in het Programma Gescheiden Inzamelen van Bedrijfsafval (Afval Overleg Orgaan; AOO-publicatie 97-11, Augustus 1997);
c. praktijkexperimenten of demonstratieprojecten die de mogelijkheden tot materiaalhergebruik van kunststof verpakkingsafval vergroten door: 1º verbetering van be- of (her)verwerkingstechnieken van dergelijk afval;
2º verbreding van de toepassingen van door be- of (her)verwerking uit dergelijk afval vrijkomende secundaire kunststoffen;
3º verbetering van de eigenschappen van door be- of (her)verwerking uit dergelijk afval vrijkomende secundaire kunststoffen, of
4º be- of verwerking van dergelijk afval tot voeding voor grondstofhergebruik.
1º verbetering van be- of (her)verwerkingstechnieken van dergelijk afval;
2º verbreding van de toepassingen van door be- of (her)verwerking uit dergelijk afval vrijkomende secundaire kunststoffen;
3º verbetering van de eigenschappen van door be- of (her)verwerking uit dergelijk afval vrijkomende secundaire kunststoffen, of
4º be- of verwerking van dergelijk afval tot voeding voor grondstofhergebruik.
3. Tot verpakkingsafval als bedoeld in dit programma worden niet gerekend reststoffen die vrijkomen bij de productie van verpakkingen.
4. Subsidie kan worden aangevraagd:
a. voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder a: door bedrijven die de desbetreffende producten produceren of importeren;
b. voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder b, voor zover het betreft bedrijfsafval, niet zijnde verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat, door provincies of gemeenten of door bedrijven die hetzij producten produceren in verband waarmee afval ontstaat, hetzij zich van dergelijk afval ontdoen of dergelijk afval inzamelen of verwerken;
c. voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder b, voor zover het projecten betreft ten aanzien van verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat, of voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder c: door bedrijven die, hetzij zich van bedrijfsafval als bedoeld in het tweede lid, onder b, of van verpakkingsafval, ontdoen, hetzij bedrijfsmatig verpakkingsafval be- of verwerken, hetzij secundaire grondstoffen toepassen.
5. Het subsidieplafond voor het tijdvak ingaande op de datum van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 december 1999 voor het programma, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op:
a. voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder a: f 700.000,-;
b. voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder b: 1º voor zover het verpakkingsafval betreft, dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: f 600.000,-;
2º voor zover het bedrijfsafval betreft, niet zijnde verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: f 400.000,-;
1º voor zover het verpakkingsafval betreft, dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: f 600.000,-;
2º voor zover het bedrijfsafval betreft, niet zijnde verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: f 400.000,-;
c. voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder c: f 1.200.000,-.
6. Het maximale subsidiepercentage van de projectkosten en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, bedraagt:
a. voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder a: 40% met een maximum van f 250.000,-;
b. voor praktijkexperimenten als bedoeld in het tweede lid, onder b: 1º voor zover het verpakkingsafval betreft dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: 25% met een maximum van f 125.000,-;
2º voor zover het bedrijfsafval betreft, niet zijnde verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: 40% met een maximum van f 250.000,-;
1º voor zover het verpakkingsafval betreft dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: 25% met een maximum van f 125.000,-;
2º voor zover het bedrijfsafval betreft, niet zijnde verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: 40% met een maximum van f 250.000,-;
c. voor demonstratieprojecten als bedoeld in het tweede lid, onder b: 1º voor zover het verpakkingsafval betreft dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: 20% met een maximum van f 125.000,-;
2º voor zover het bedrijfsafval betreft niet zijnde verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: 30% met een maximum van f 250.000,-;
1º voor zover het verpakkingsafval betreft dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: 20% met een maximum van f 125.000,-;
2º voor zover het bedrijfsafval betreft niet zijnde verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat: 30% met een maximum van f 250.000,-;
d. voor praktijkexperimenten als bedoeld in het tweede lid, onder c: 33% met een maximum van f 165.000,-;
e. voor demonstratieprojecten als bedoeld in het tweede lid, onder c: 27% met een maximum van f 165.000,-.
7. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking, indien:
a. de projectkosten lager zijn dan f 75.000,-;
b. het project niet voor 1 juli 2001 wordt voltooid;
c. voor het project subsidie is verstrekt in het kader van: 1º het Subsidiebesluit milieugerichte technologie;
2º het Besluit technische ontwikkelingskredieten 1997;
3º het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten;
4º het Besluit subsidies economie, ecologie en technologie;
5º de Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie;
6º de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, of
7º de Stimuleringsregeling markt en concurrentiekracht.
1º het Subsidiebesluit milieugerichte technologie;
2º het Besluit technische ontwikkelingskredieten 1997;
3º het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten;
4º het Besluit subsidies economie, ecologie en technologie;
5º de Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie;
6º de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, of
7º de Stimuleringsregeling markt en concurrentiekracht.
d. door uitvoering van het project verschuiving van milieuproblemen naar andere milieucompartimenten optreedt;
e. het een project als bedoeld in het tweede lid, onder b, voor zover het betrekking heeft op verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat, of een project als bedoeld in het tweede lid, onder c, betreft, en dat project naar het oordeel van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer niet substantieel bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het Convenant Verpakkingen II, (deel)convenant materiaalhergebruik kunststofverpakkingen.
8. Bij de beoordeling van subsidie-aanvragen voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder a, worden - naast de in artikel 3, tweede lid, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie bedoelde aspecten - betrokken:
a. de mate van zekerheid dat het systeem, onderscheidenlijk de techniek, op korte termijn in Nederland operationeel wordt en een substantiële bijdrage levert aan preventie en hergebruik van afvalstoffen;
b. de mate waarin de resultaten van het project door andere bedrijven kunnen worden toegepast;
c. de mate waarin hergebruik plaatsvindt binnen dezelfde keten;
d. de hoogte van de projectkosten in relatie tot de milieuverdienste;
e. de mate waarin ten aanzien van het project samenwerking plaatsvindt tussen meerdere bedrijven, bij voorkeur tussen bedrijven die in verschillende fasen van productie of gebruik betrokken zijn bij hetzelfde product.
9. Bij de beoordeling van subsidie-aanvragen voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder b, voor zover het betreft bedrijfsafval, niet zijnde verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat, worden - naast de in artikel 3, tweede lid, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie bedoelde aspecten - betrokken:
a. de mate waarin ten aanzien van het project gescheiden inzameling van één of meerdere specifieke componenten wordt gerealiseerd waarbij het inzamelsysteem zodanig wordt ingericht dat de inzameling meer rendement oplevert;
b. de mate waarin ten aanzien van het project synergie wordt nagestreefd door samenwerking tussen bedrijven die zich van afval ontdoen, bedrijven die zich bezig houden met gescheiden inzameling van afval, en provincies of gemeenten;
c. de mate waarin het project een directe bijdrage levert aan het verhogen van materiaal-onderscheidenlijk producthergebruik;
d. de mate waarin het project practische, direct toepasbare kennis of ervaring oplevert, die bijdraagt aan een toename van materiaal- onderscheidenlijk producthergebruik.
10. Bij de beoordeling van subsidie-aanvragen voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder b, worden voor zover het betreft verpakkingsafval dat geheel of gedeeltelijk uit kunststof bestaat - naast de in artikel 3, tweede lid, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie bedoelde aspecten - betrokken:
a. de mate waarin het project aan het eind van het jaar 2001 leidt tot een toename van de hoeveelheid mechanisch verwerkt kunststof verpakkingsafval uit Nederland;
b. de hoogte van de projectkosten in relatie tot de omvang van de hoeveelheid hergebruikt kunststof verpakkingsafval;
c. de verwachtingen omtrent de rentabiliteit van de in het project toegepaste systemen of technieken;
d. de mate waarin ten aanzien van het project samenwerking plaatsvindt tussen meerdere bedrijven, bij voorkeur tussen bedrijven die betrokken zijn bij verschillende onderdelen van het (her)verwerkingsproces of tussen bedrijven die zich van afval ontdoen.
11. Bij de beoordeling van subsidie-aanvragen voor projecten als bedoeld in het tweede lid, onder c, worden - naast de in artikel 3, tweede lid van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie bedoelde aspecten - betrokken:
a. de mate waarin het project aan het eind van het jaar 2001 leidt tot een toename van materiaalhergebruik van kunststof verpakkingsafval;
b. de mate waarin het project leidt tot de verbetering van de eigenschappen (kwaliteit) van uit het afval vrijkomende secundaire kunststoffen;
c. de mate van verbetering van de kosteneffectiviteit van de toegepaste be- of (her)verwerkingstechniek;
d. de mate waarin ten aanzien van het project samenwerking plaatsvindt tussen meerdere bedrijven, bij voorkeur tussen bedrijven die betrokken zijn bij verschillende onderdelen van het (her)verwerkingsproces.
12. De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verdeelt het subsidieplafond in de volgorde van rangschikking van de aanvragen op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van het programma.
13. Subsidie-aanvragen worden ingediend voor 16 maart 1999 bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu BV, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.