BWBR0009452
Geldig vanaf 1998-03-15
Artikel 10
Vaststelling programma’s en subsidieplafonds 1998 Subsidiebesluit milieugerichte technologie
1. Het programma T-2000 heeft als doel het bevorderen van de modificatie en waar nodig het ontwikkelen van de volgende verwijderingstechnologieën die bijdragen aan een vermindering van de belasting van het milieu door afvalstoffen:
a. immobilisatie die zowel chemische als fysische vastlegging van verontreinigingen in afvalstoffen bewerkstelligt;
b. droge-deeltjesscheiding die leidt tot de afscheiding van droge componenten uit afvalstromen, en
c. hydro- en pyrometallurgische verwerking van metaalhoudende gevaarlijke afvalstoffen waar nog geen adequate verwerkingstechnieken voor zijn. Op het programma kan subsidie worden aangevraagd door bedrijven, branche-organisaties, (onderzoeks)instellingen, universiteiten en andere organisaties die niet tot de rijksoverheid behoren.
2. Het subsidieplafond voor het programma, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op:
a. voor immobilisatie: f 400.000;
b. voor droge deeltjescheiding: f 200.000;
c. voor hydro- en pyrometallurgische verwerking: f 600.000;
3. Het maximale subsidiepercentage van de projectkosten en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, is voor:
a. haalbaarheidsprojecten: 80% met een maximum van f 100.000;
b. onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten: 50% met voor immobilisatie een maximum van f 100.000 voor droge deeltjesscheiding een maximum van f 150.000 en voor het onderdeel hydro- en pyrometallurgische verwerking een maximum van f 200.000;
c. demonstratieprojecten: 35% met een maximum van f 200.000 voor immobilisatie en droge deeltjesscheiding en voor hydro- en pyrometallurgische verwerking een maximum van f 300.000;
d. marktintroductieprojecten: 25% met een maximum van f 300.000;
e. kennisoverdrachtprojecten: 60 % met een maximum van f 50.000;
4. Projecten komen niet voor subsidie in aanmerking, indien:
a. ze slechts gericht zijn op het vermeerderen van technisch of wetenschappelijk inzicht;
b. het betreft onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten die vooral zijn gericht op het ontwerpen van milieuvriendelijke producten;
c. voor het betrokken project subsidie is of wordt verstrekt in het kader van: 1º het Subsidiebesluit milieugerichte technologie;
2º het Besluit technische ontwikkelingskredieten 1997;
3º het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten;
4º het Besluit subsidies economie, ecologie en technologie;
5º de Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie, of
6º de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, of
7º de Stimuleringsregeling markt en concurrentiekracht.
1º het Subsidiebesluit milieugerichte technologie;
2º het Besluit technische ontwikkelingskredieten 1997;
3º het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten;
4º het Besluit subsidies economie, ecologie en technologie;
5º de Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie, of
6º de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, of
7º de Stimuleringsregeling markt en concurrentiekracht.
5. Projecten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, komen voor subsidie in aanmerking, indien het betreft:
a. onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en demonstratieprojecten,
b. een techniek gericht op zowel anorganische als organische verontreinigingen van een afvalstroom, en
c. koude immobilisatie gericht op AVI-vliegassen waarbij producten ontstaan, die voldoen aan het Bouwstoffenbesluit of de milieubelasting van de te storten C2-afvalstoffen aanzienlijk reduceren, of
d. thermische immobilisatie van combinaties van de in de bijlage behorende bij deze regeling opgenomen afvalstoffen die een positief effect hebben op de vastlegging van verontreiniging, en waarbij de cijferaanduidingen 1, 2 en 3 boven de categorieën van afvalstoffen in de bijlage, de prioriteit voor de toekenning aangeeft. De thermische immobilisatie is bovendien gericht op een zo groot mogelijke energetische zelfvoorziening.
6. Projecten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, komen voor subsidie in aanmerking, indien het betreft onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en demonstratieprojecten gericht op het afscheiden van droge componenten middels sensorgestuurde technieken.
7. Projecten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, komen voor subsidie in aanmerking, indien het betreft:
a. haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en demonstratieprojecten voor de verwerking van (waterige) metaalhoudende gevaarlijke afvalstromen en verdunde reststromen afkomstig van industrieel metaalhoudend gevaarlijk afval met behulp van in ieder geval biotechnologie, gericht op het scheiden of concentreren van metalen en op het terugwinnen van metalen, als basis voor een afzetbaar product;
b. onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en demonstratieprojecten van hydrometallurgische technieken voor de verwerking van leerafval en DTO-rookgasreinigingsresidu en -vliegas;
c. kennisoverdrachtsprojecten met betrekking tot hydro- of pyrometallurgische verwerkingstechnieken van metaalhoudend gevaarlijk afval: 1º waarbij een branche organisatie of drie of meer bedrijven een financiële bijdrage levert, en
2º die zijn gericht op implementatie van nieuwe technologieën;
1º waarbij een branche organisatie of drie of meer bedrijven een financiële bijdrage levert, en
2º die zijn gericht op implementatie van nieuwe technologieën;
d. marktintroductieprojecten van pyrometallurgische technieken voor C2- en C3-afvalstoffen, of
e. onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en demonstratieprojecten van hydrometallurgische technieken voor de verwerking van andere metaalhoudende afvalstromen dan bedoeld in onderdeel b, met dien verstande dat aan de projecten genoemd in de onderdelen a tot en met d prioriteit wordt toegekend boven de in dit onderdeel bedoelde projecten.
8. Bij de beoordeling van subsidie-aanvragen wordt - boven de in artikel 3, tweede lid, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie opgenomen beoordelingscriteria - prioriteit toegekend aan projecten:
a. ingediend door degene bij wie in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf afvalstoffen ontstaan onderscheidenlijk die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf afvalstoffen verwijdert;
b. waarbij betrokkenheid van een brancheorganisatie of degene die de voor het betrokken project benodigde apparatuur aanlevert, is gewaarborgd;
c. die voorzien in een samenwerking tussen de in onderdelen a en b bedoelde partijen.
9. De directie van de Nederlandse onderneming voor energie en milieu BV (Novem) verdeelt het subsidieplafond, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, in de volgorde van rangschikking van de aanvragen.
10. Kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder 5°, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie worden niet als projectkosten in aanmerking genomen.
11. Subsidie-aanvragen worden ingediend voor 12 uur 29 mei 1998 bij de onderneming, bedoeld in het negende lid, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.
a. immobilisatie die zowel chemische als fysische vastlegging van verontreinigingen in afvalstoffen bewerkstelligt;
b. droge-deeltjesscheiding die leidt tot de afscheiding van droge componenten uit afvalstromen, en
c. hydro- en pyrometallurgische verwerking van metaalhoudende gevaarlijke afvalstoffen waar nog geen adequate verwerkingstechnieken voor zijn. Op het programma kan subsidie worden aangevraagd door bedrijven, branche-organisaties, (onderzoeks)instellingen, universiteiten en andere organisaties die niet tot de rijksoverheid behoren.
2. Het subsidieplafond voor het programma, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op:
a. voor immobilisatie: f 400.000;
b. voor droge deeltjescheiding: f 200.000;
c. voor hydro- en pyrometallurgische verwerking: f 600.000;
3. Het maximale subsidiepercentage van de projectkosten en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, is voor:
a. haalbaarheidsprojecten: 80% met een maximum van f 100.000;
b. onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten: 50% met voor immobilisatie een maximum van f 100.000 voor droge deeltjesscheiding een maximum van f 150.000 en voor het onderdeel hydro- en pyrometallurgische verwerking een maximum van f 200.000;
c. demonstratieprojecten: 35% met een maximum van f 200.000 voor immobilisatie en droge deeltjesscheiding en voor hydro- en pyrometallurgische verwerking een maximum van f 300.000;
d. marktintroductieprojecten: 25% met een maximum van f 300.000;
e. kennisoverdrachtprojecten: 60 % met een maximum van f 50.000;
4. Projecten komen niet voor subsidie in aanmerking, indien:
a. ze slechts gericht zijn op het vermeerderen van technisch of wetenschappelijk inzicht;
b. het betreft onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten die vooral zijn gericht op het ontwerpen van milieuvriendelijke producten;
c. voor het betrokken project subsidie is of wordt verstrekt in het kader van: 1º het Subsidiebesluit milieugerichte technologie;
2º het Besluit technische ontwikkelingskredieten 1997;
3º het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten;
4º het Besluit subsidies economie, ecologie en technologie;
5º de Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie, of
6º de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, of
7º de Stimuleringsregeling markt en concurrentiekracht.
1º het Subsidiebesluit milieugerichte technologie;
2º het Besluit technische ontwikkelingskredieten 1997;
3º het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten;
4º het Besluit subsidies economie, ecologie en technologie;
5º de Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie, of
6º de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, of
7º de Stimuleringsregeling markt en concurrentiekracht.
5. Projecten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, komen voor subsidie in aanmerking, indien het betreft:
a. onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en demonstratieprojecten,
b. een techniek gericht op zowel anorganische als organische verontreinigingen van een afvalstroom, en
c. koude immobilisatie gericht op AVI-vliegassen waarbij producten ontstaan, die voldoen aan het Bouwstoffenbesluit of de milieubelasting van de te storten C2-afvalstoffen aanzienlijk reduceren, of
d. thermische immobilisatie van combinaties van de in de bijlage behorende bij deze regeling opgenomen afvalstoffen die een positief effect hebben op de vastlegging van verontreiniging, en waarbij de cijferaanduidingen 1, 2 en 3 boven de categorieën van afvalstoffen in de bijlage, de prioriteit voor de toekenning aangeeft. De thermische immobilisatie is bovendien gericht op een zo groot mogelijke energetische zelfvoorziening.
6. Projecten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, komen voor subsidie in aanmerking, indien het betreft onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en demonstratieprojecten gericht op het afscheiden van droge componenten middels sensorgestuurde technieken.
7. Projecten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, komen voor subsidie in aanmerking, indien het betreft:
a. haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en demonstratieprojecten voor de verwerking van (waterige) metaalhoudende gevaarlijke afvalstromen en verdunde reststromen afkomstig van industrieel metaalhoudend gevaarlijk afval met behulp van in ieder geval biotechnologie, gericht op het scheiden of concentreren van metalen en op het terugwinnen van metalen, als basis voor een afzetbaar product;
b. onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en demonstratieprojecten van hydrometallurgische technieken voor de verwerking van leerafval en DTO-rookgasreinigingsresidu en -vliegas;
c. kennisoverdrachtsprojecten met betrekking tot hydro- of pyrometallurgische verwerkingstechnieken van metaalhoudend gevaarlijk afval: 1º waarbij een branche organisatie of drie of meer bedrijven een financiële bijdrage levert, en
2º die zijn gericht op implementatie van nieuwe technologieën;
1º waarbij een branche organisatie of drie of meer bedrijven een financiële bijdrage levert, en
2º die zijn gericht op implementatie van nieuwe technologieën;
d. marktintroductieprojecten van pyrometallurgische technieken voor C2- en C3-afvalstoffen, of
e. onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en demonstratieprojecten van hydrometallurgische technieken voor de verwerking van andere metaalhoudende afvalstromen dan bedoeld in onderdeel b, met dien verstande dat aan de projecten genoemd in de onderdelen a tot en met d prioriteit wordt toegekend boven de in dit onderdeel bedoelde projecten.
8. Bij de beoordeling van subsidie-aanvragen wordt - boven de in artikel 3, tweede lid, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie opgenomen beoordelingscriteria - prioriteit toegekend aan projecten:
a. ingediend door degene bij wie in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf afvalstoffen ontstaan onderscheidenlijk die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf afvalstoffen verwijdert;
b. waarbij betrokkenheid van een brancheorganisatie of degene die de voor het betrokken project benodigde apparatuur aanlevert, is gewaarborgd;
c. die voorzien in een samenwerking tussen de in onderdelen a en b bedoelde partijen.
9. De directie van de Nederlandse onderneming voor energie en milieu BV (Novem) verdeelt het subsidieplafond, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, in de volgorde van rangschikking van de aanvragen.
10. Kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder 5°, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie worden niet als projectkosten in aanmerking genomen.
11. Subsidie-aanvragen worden ingediend voor 12 uur 29 mei 1998 bij de onderneming, bedoeld in het negende lid, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.