BWBR0009452
Geldig vanaf 1998-03-15
Artikel 5
Vaststelling programma’s en subsidieplafonds 1998 Subsidiebesluit milieugerichte technologie
1. Het Programma Milieutechnologie 1998 heeft als doel het bevorderen van de praktische toepassing van milieugerichte technologie. Op het programma kan subsidie worden aangevraagd door bedrijven, (onderzoeks)instellingen, universiteiten en andere organisaties, die niet tot de rijksoverheid behoren, die innovatieve grensverleggende technologieën ontwikkelen en demonstreren, leidend tot schonere processen.
2. Het subsidieplafond voor het programma, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op f 4.100.000.
3. Het maximale subsidiepercentage van de projectkosten en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, is voor:
4. Projecten komen niet voor subsidie in aanmerking, indien:
a. ze betrekking hebben op logistiek, milieuzorg of kwaliteitszorg, of
b. voor het betrokken project subsidie is verstrekt in het kader van: 1º het Subsidiebesluit milieugerichte technologie;
2º het Besluit technische ontwikkelingskredieten 1997;
3º het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten;
4º het Besluit subsidies economie, ecologie en technologie;
5º de Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie;
6º de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, of
7º de Stimuleringsregeling markt en concurrentiekracht.
1º het Subsidiebesluit milieugerichte technologie;
2º het Besluit technische ontwikkelingskredieten 1997;
3º het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten;
4º het Besluit subsidies economie, ecologie en technologie;
5º de Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie;
6º de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, of
7º de Stimuleringsregeling markt en concurrentiekracht.
5. Projecten komen voorts niet voor subsidie in aanmerking, indien het betreft:
a. onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten: 1º waarvan de projectkosten lager zijn dan f 25.000, of
2º die gericht zijn op het vermeerderen van technisch of wetenschappelijk inzicht in een product, apparaat, systeem of techniek;
1º waarvan de projectkosten lager zijn dan f 25.000, of
2º die gericht zijn op het vermeerderen van technisch of wetenschappelijk inzicht in een product, apparaat, systeem of techniek;
b. demonstratieprojecten waarvan de projectkosten lager zijn dan f 50.000;
c. kennisoverdrachtsprojecten waarbij geen branche-organisatie is betrokken, of
d. praktijkexperimenten, marktintroductieprojecten of toepassingsprojecten.
6. Projecten komen voor subsidie in aanmerking, indien ze betrekking hebben op:
a. Voor de voedings- en genotmiddelenindustrie: 1º waterinname en -verbruik;
2º herbenutting van proces- en afvalwater;
3º waterverontreiniging;
4º zuiveringsslib;
5º geuremissies;
6º luchtemissies;
7º afval ten gevolge van verpakken;
8º ontstaan en opwerken van bijstromen;
9º productafval;
10º efficiëncy grondstoffenverbruik;
11º reinigen en de afvalstromen die daaruit ontstaan, of
12º fijnstof emissies.
1º waterinname en -verbruik;
2º herbenutting van proces- en afvalwater;
3º waterverontreiniging;
4º zuiveringsslib;
5º geuremissies;
6º luchtemissies;
7º afval ten gevolge van verpakken;
8º ontstaan en opwerken van bijstromen;
9º productafval;
10º efficiëncy grondstoffenverbruik;
11º reinigen en de afvalstromen die daaruit ontstaan, of
12º fijnstof emissies.
b. Voor de textiel- en tapijtindustrie: 1º vermindering van het gebruik van kleurstoffen, of
2º vermindering van het watergebruik.
1º vermindering van het gebruik van kleurstoffen, of
2º vermindering van het watergebruik.
c. Voor de metalectro-industrie: 1º afval;
2º gieten;
3º metaallagen;
4º organische deklagen;
5º conversielagen;
6º stralen, of
7º verbindingstechnieken.
1º afval;
2º gieten;
3º metaallagen;
4º organische deklagen;
5º conversielagen;
6º stralen, of
7º verbindingstechnieken.
d. Voor de basismetaalindustrie: 1º verwerking van afvalstoffen;
2º voorkomen van ontstaan van afvalstoffen;
3º vermindering van de lozing van zware metalen;
4º beperking van verzurende emissies;
5º nieuwe ovenconcepten;
6º continu gietprocessen;
7º nieuwe concepten voor de conservering van stalen oppervlakken, of
8º nieuwe concepten voor koel(water)processen.
1º verwerking van afvalstoffen;
2º voorkomen van ontstaan van afvalstoffen;
3º vermindering van de lozing van zware metalen;
4º beperking van verzurende emissies;
5º nieuwe ovenconcepten;
6º continu gietprocessen;
7º nieuwe concepten voor de conservering van stalen oppervlakken, of
8º nieuwe concepten voor koel(water)processen.
7. Bij de beoordeling van subsidie-aanvragen wordt - boven de in artikel 3, tweede lid, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie opgenomen beoordelingscriteria - prioriteit toegekend aan projecten waarbij betrokkenheid is gegarandeerd van:
a. verschillende onderdelen van de bedrijfskolom, of
b. degenen die de beschikbaar komende technologie gebruiken alsmede degenen die de beschikbaar komende technologie ontwikkelen.
8. Kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie worden niet als projectkosten in aanmerking genomen.
9. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
10. Subsidie-aanvragen worden ingediend voor 1 december 1998 bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu BV, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.
2. Het subsidieplafond voor het programma, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op f 4.100.000.
3. Het maximale subsidiepercentage van de projectkosten en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, is voor:
4. Projecten komen niet voor subsidie in aanmerking, indien:
a. ze betrekking hebben op logistiek, milieuzorg of kwaliteitszorg, of
b. voor het betrokken project subsidie is verstrekt in het kader van: 1º het Subsidiebesluit milieugerichte technologie;
2º het Besluit technische ontwikkelingskredieten 1997;
3º het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten;
4º het Besluit subsidies economie, ecologie en technologie;
5º de Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie;
6º de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, of
7º de Stimuleringsregeling markt en concurrentiekracht.
1º het Subsidiebesluit milieugerichte technologie;
2º het Besluit technische ontwikkelingskredieten 1997;
3º het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten;
4º het Besluit subsidies economie, ecologie en technologie;
5º de Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie;
6º de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, of
7º de Stimuleringsregeling markt en concurrentiekracht.
5. Projecten komen voorts niet voor subsidie in aanmerking, indien het betreft:
a. onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten: 1º waarvan de projectkosten lager zijn dan f 25.000, of
2º die gericht zijn op het vermeerderen van technisch of wetenschappelijk inzicht in een product, apparaat, systeem of techniek;
1º waarvan de projectkosten lager zijn dan f 25.000, of
2º die gericht zijn op het vermeerderen van technisch of wetenschappelijk inzicht in een product, apparaat, systeem of techniek;
b. demonstratieprojecten waarvan de projectkosten lager zijn dan f 50.000;
c. kennisoverdrachtsprojecten waarbij geen branche-organisatie is betrokken, of
d. praktijkexperimenten, marktintroductieprojecten of toepassingsprojecten.
6. Projecten komen voor subsidie in aanmerking, indien ze betrekking hebben op:
a. Voor de voedings- en genotmiddelenindustrie: 1º waterinname en -verbruik;
2º herbenutting van proces- en afvalwater;
3º waterverontreiniging;
4º zuiveringsslib;
5º geuremissies;
6º luchtemissies;
7º afval ten gevolge van verpakken;
8º ontstaan en opwerken van bijstromen;
9º productafval;
10º efficiëncy grondstoffenverbruik;
11º reinigen en de afvalstromen die daaruit ontstaan, of
12º fijnstof emissies.
1º waterinname en -verbruik;
2º herbenutting van proces- en afvalwater;
3º waterverontreiniging;
4º zuiveringsslib;
5º geuremissies;
6º luchtemissies;
7º afval ten gevolge van verpakken;
8º ontstaan en opwerken van bijstromen;
9º productafval;
10º efficiëncy grondstoffenverbruik;
11º reinigen en de afvalstromen die daaruit ontstaan, of
12º fijnstof emissies.
b. Voor de textiel- en tapijtindustrie: 1º vermindering van het gebruik van kleurstoffen, of
2º vermindering van het watergebruik.
1º vermindering van het gebruik van kleurstoffen, of
2º vermindering van het watergebruik.
c. Voor de metalectro-industrie: 1º afval;
2º gieten;
3º metaallagen;
4º organische deklagen;
5º conversielagen;
6º stralen, of
7º verbindingstechnieken.
1º afval;
2º gieten;
3º metaallagen;
4º organische deklagen;
5º conversielagen;
6º stralen, of
7º verbindingstechnieken.
d. Voor de basismetaalindustrie: 1º verwerking van afvalstoffen;
2º voorkomen van ontstaan van afvalstoffen;
3º vermindering van de lozing van zware metalen;
4º beperking van verzurende emissies;
5º nieuwe ovenconcepten;
6º continu gietprocessen;
7º nieuwe concepten voor de conservering van stalen oppervlakken, of
8º nieuwe concepten voor koel(water)processen.
1º verwerking van afvalstoffen;
2º voorkomen van ontstaan van afvalstoffen;
3º vermindering van de lozing van zware metalen;
4º beperking van verzurende emissies;
5º nieuwe ovenconcepten;
6º continu gietprocessen;
7º nieuwe concepten voor de conservering van stalen oppervlakken, of
8º nieuwe concepten voor koel(water)processen.
7. Bij de beoordeling van subsidie-aanvragen wordt - boven de in artikel 3, tweede lid, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie opgenomen beoordelingscriteria - prioriteit toegekend aan projecten waarbij betrokkenheid is gegarandeerd van:
a. verschillende onderdelen van de bedrijfskolom, of
b. degenen die de beschikbaar komende technologie gebruiken alsmede degenen die de beschikbaar komende technologie ontwikkelen.
8. Kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, van het Subsidiebesluit milieugerichte technologie worden niet als projectkosten in aanmerking genomen.
9. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
10. Subsidie-aanvragen worden ingediend voor 1 december 1998 bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu BV, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.