BWBR0009344
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 41
Wet inkomensvoorziening kunstenaars
1. Onze Minister stelt de vergoeding vast binnen een jaar na ontvangst van de kostenopgave bedoeld in artikel 39, tweede lid.
2. Indien de kostenopgave niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft dan wel niet is voorzien van de verklaring bedoeld in artikel 39, tweede lid, kan Onze Minister de vergoeding over dat jaar ambtshalve vaststellen.
3. Onze Minister kan een vergoeding geheel of gedeeltelijk weigeren en een reeds betaalde vergoeding geheel of gedeeltelijk terugvorderen of verrekenen indien niet is voldaan aan het bepaalde bij en krachtens artikel 31.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het derde lid.
2. Indien de kostenopgave niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft dan wel niet is voorzien van de verklaring bedoeld in artikel 39, tweede lid, kan Onze Minister de vergoeding over dat jaar ambtshalve vaststellen.
3. Onze Minister kan een vergoeding geheel of gedeeltelijk weigeren en een reeds betaalde vergoeding geheel of gedeeltelijk terugvorderen of verrekenen indien niet is voldaan aan het bepaalde bij en krachtens artikel 31.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het derde lid.