BWBR0009344
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 18
Wet inkomensvoorziening kunstenaars
1. Indien burgemeester en wethouders jegens de kunstenaar een handeling verrichten waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete zal worden opgelegd, is de kunstenaar niet langer verplicht terzake van die gedraging enige verklaring af te leggen, voor zover het betreft de boeteoplegging. De kunstenaar wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.
2. Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de kunstenaar een boete op te leggen, wordt hiervan kennis gegeven aan de kunstenaar onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. De kennisgeving is een handeling als bedoeld in het eerste lid.
3. Op verzoek van de kunstenaar die de in het vorige lid bedoelde kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, dragen burgemeester en wethouders er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die kennisgeving vermelde gronden aan de kunstenaar worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht</a>stellen burgemeester en wethouders de kunstenaar in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd.
5. Indien de kunstenaar zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, dragen burgemeester en wethouders er op verzoek van de kunstenaar die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de kunstenaar kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
2. Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de kunstenaar een boete op te leggen, wordt hiervan kennis gegeven aan de kunstenaar onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. De kennisgeving is een handeling als bedoeld in het eerste lid.
3. Op verzoek van de kunstenaar die de in het vorige lid bedoelde kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, dragen burgemeester en wethouders er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die kennisgeving vermelde gronden aan de kunstenaar worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht</a>stellen burgemeester en wethouders de kunstenaar in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd.
5. Indien de kunstenaar zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, dragen burgemeester en wethouders er op verzoek van de kunstenaar die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de kunstenaar kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.