BWBR0009344
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 2
Wet inkomensvoorziening kunstenaars
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. inkomen: de in aanmerking te nemen middelen, bedoeld in paragraaf 3.4 van de Wet werk en bijstand;
b. vermogen: de in aanmerking te nemen middelen, bedoeld in paragraaf 3.4 van de Wet werk en bijstand, met uitzondering van het vermogen noodzakelijk voor de uitoefening van het beroep van kunstenaar;
c. beroepskosten: de kosten ter verwerving van het inkomen als kunstenaar;
d. kinderbijslag: kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de vaststelling van het vermogen noodzakelijk voor de uitoefening van het beroep van kunstenaar.
a. inkomen: de in aanmerking te nemen middelen, bedoeld in paragraaf 3.4 van de Wet werk en bijstand;
b. vermogen: de in aanmerking te nemen middelen, bedoeld in paragraaf 3.4 van de Wet werk en bijstand, met uitzondering van het vermogen noodzakelijk voor de uitoefening van het beroep van kunstenaar;
c. beroepskosten: de kosten ter verwerving van het inkomen als kunstenaar;
d. kinderbijslag: kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de vaststelling van het vermogen noodzakelijk voor de uitoefening van het beroep van kunstenaar.