BWBR0009344
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 15
Wet inkomensvoorziening kunstenaars
1. Burgemeester en wethouders kunnen aan de uitkering verplichtingen verbinden die verband houden met de aard en het doel van deze wet, die strekken tot vermindering of beëindiging van het beroep op deze wet of verplichtingen die zij nodig achten voor een doelmatige bedrijfs- en beroepsuitoefening.
2. De kunstenaar is verplicht:
a. naar behoren een administratie te voeren en daarin desgevraagd inzage te verlenen aan burgemeester en wethouders;
b. zich naar vermogen in te spannen om met zijn kunst zelfstandig in het bestaan te voorzien;
c. aan burgemeester en wethouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag dat aan hem als uitkering wordt betaald;
d. ervoor zorg te dragen dat hij als kunstenaar in de zin van deze wet is ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
e. aan burgemeester en wethouders desgevraagd een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht terstond ter inzage te verstrekken, voorzover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.
3. De verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c en e, gelden ook voor de echtgenoot van de kunstenaar.
4. Burgemeester en wethouders stellen bij de uitvoering van deze wet ten aanzien van een belanghebbende op wie de verplichting bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, rust, de identiteit vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplichten nemen de aard en het nummer daarvan op in de administratie.
2. De kunstenaar is verplicht:
a. naar behoren een administratie te voeren en daarin desgevraagd inzage te verlenen aan burgemeester en wethouders;
b. zich naar vermogen in te spannen om met zijn kunst zelfstandig in het bestaan te voorzien;
c. aan burgemeester en wethouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag dat aan hem als uitkering wordt betaald;
d. ervoor zorg te dragen dat hij als kunstenaar in de zin van deze wet is ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
e. aan burgemeester en wethouders desgevraagd een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht terstond ter inzage te verstrekken, voorzover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.
3. De verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c en e, gelden ook voor de echtgenoot van de kunstenaar.
4. Burgemeester en wethouders stellen bij de uitvoering van deze wet ten aanzien van een belanghebbende op wie de verplichting bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, rust, de identiteit vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplichten nemen de aard en het nummer daarvan op in de administratie.