BWBR0008747
Geldig vanaf 1997-07-19
Artikel 7
Regeling onderwijsbevoegdheid Lid-Staten
Bij een proeve van bekwaamheid wordt de volgende procedure gevolgd:
a. de bevoegde autoriteit stelt een lijst op van de vakgebieden die, in vergelijking met de vereiste Nederlandse opleiding, meer dan in geringe mate verschillen van de opleiding die de aanvrager heeft gevolgd, en waarvan de kennis een wezenlijke voorwaarde is om in Nederland de gewenste onderwijsbevoegdheid te verkrijgen;
b. de proeve van bekwaamheid heeft betrekking op de onder a bedoelde vakgebieden en wordt afgenomen door een door de bevoegde autoriteit aan te wijzen Nederlandse instelling die een relevante lerarenopleiding verzorgt;
c. de bevoegde autoriteit bepaalt op basis van de omvang van de proeve de hoogte van het door de aanvrager aan de desbetreffende instelling te betalen examengeld;
d. de bevoegde autoriteit deelt de aanvrager schriftelijk mee op welke vakgebieden de proeve betrekking zal hebben, welke instelling de proeve af zal nemen en wat de hoogte van het examengeld is;
e. de desbetreffende instelling doet de aanvrager schriftelijk opgave van de te bestuderen literatuur;
f. de desbetreffende instelling stelt de criteria vast voor de beoordeling van de proeve;
g. de desbetreffende instelling biedt binnen vier maanden nadat de aanvrager te kennen heeft gegeven de proeve van bekwaamheid te willen afleggen en hij tevens het examengeld heeft betaald, de gelegenheid tot het afleggen van de proeve;
h. de desbetreffende instelling deelt het resultaat van de proeve zo spoedig mogelijk mee aan de aanvrager en aan de bevoegde autoriteit.
a. de bevoegde autoriteit stelt een lijst op van de vakgebieden die, in vergelijking met de vereiste Nederlandse opleiding, meer dan in geringe mate verschillen van de opleiding die de aanvrager heeft gevolgd, en waarvan de kennis een wezenlijke voorwaarde is om in Nederland de gewenste onderwijsbevoegdheid te verkrijgen;
b. de proeve van bekwaamheid heeft betrekking op de onder a bedoelde vakgebieden en wordt afgenomen door een door de bevoegde autoriteit aan te wijzen Nederlandse instelling die een relevante lerarenopleiding verzorgt;
c. de bevoegde autoriteit bepaalt op basis van de omvang van de proeve de hoogte van het door de aanvrager aan de desbetreffende instelling te betalen examengeld;
d. de bevoegde autoriteit deelt de aanvrager schriftelijk mee op welke vakgebieden de proeve betrekking zal hebben, welke instelling de proeve af zal nemen en wat de hoogte van het examengeld is;
e. de desbetreffende instelling doet de aanvrager schriftelijk opgave van de te bestuderen literatuur;
f. de desbetreffende instelling stelt de criteria vast voor de beoordeling van de proeve;
g. de desbetreffende instelling biedt binnen vier maanden nadat de aanvrager te kennen heeft gegeven de proeve van bekwaamheid te willen afleggen en hij tevens het examengeld heeft betaald, de gelegenheid tot het afleggen van de proeve;
h. de desbetreffende instelling deelt het resultaat van de proeve zo spoedig mogelijk mee aan de aanvrager en aan de bevoegde autoriteit.