BWBR0008747
Geldig vanaf 1997-07-19
Artikel 4
Regeling onderwijsbevoegdheid Lid-Staten
1. Indien de door de aanvrager gewenste onderwijsbevoegdheid ruimer is dan zijn onderwijsbevoegdheid in de Lid-Staat van herkomst, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. De bevoegde autoriteit maakt dit aan de aanvrager bekend en geeft daarbij aan dat een nieuwe aanvraag kan worden ingediend voor maximaal een onderwijsbevoegdheid gelijk aan die in de Lid-Staat van herkomst.
2. Indien de gewenste onderwijsbevoegdheid een niet in Nederland bestaande bevoegdheid is, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. De bevoegde autoriteit maakt dit aan de aanvrager bekend en geeft daarbij aan welke Nederlandse onderwijsbevoegdheid het meest bij de gewenste bevoegdheid aansluit en voorts dat een nieuwe aanvraag kan worden ingediend.
2. Indien de gewenste onderwijsbevoegdheid een niet in Nederland bestaande bevoegdheid is, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. De bevoegde autoriteit maakt dit aan de aanvrager bekend en geeft daarbij aan welke Nederlandse onderwijsbevoegdheid het meest bij de gewenste bevoegdheid aansluit en voorts dat een nieuwe aanvraag kan worden ingediend.