BWBR0008747
Geldig vanaf 1997-07-19
Artikel 6
Regeling onderwijsbevoegdheid Lid-Staten
1. Indien de aanvrager niet heeft aangetoond de Nederlandse taal in voldoende mate te beheersen kan deze dit alsnog aantonen door één van de volgende diploma's te overleggen:
a. het 'Certificaat Nederlands als Vreemde Taal', waarvan de examens op het hoogste niveau zijn afgelegd,
b. het diploma Nederlands als Tweede Taal, programma II, dan wel het certificaat Nederlands als Tweede Taal op het tweede niveau, afgegeven voor 1 januari 1994,
c. een diploma vwo, havo of een diploma van een opleiding beroepsonderwijs die uitsluitend of mede is gericht op doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs,
d. een met een van de onder c genoemde diploma's vergelijkbaar diploma behaald in het Nederlandstaling onderwijs in België, of
e. een positieve beoordeling dienaangaande door de minister,indien de aanvrager in Nederland reeds werkzaam is als onbevoegd leraar in het voortgezet onderwijs.
2. Indien de opleiding die ten grondslag heeft gelegen aan het door de aanvrager behaalde diploma betrekking heeft op vakgebieden die meer dan in geringe mate verschillen van de wezenlijke vakgebieden van de Nederlandse opleiding die is vereist om het betreffende beroep te mogen uitoefenen, dient de aanvrager, naar eigen keuze, een proeve van bekwaamheid af te leggen dan wel een aanpassingsstage te volbrengen.
3. Indien de cursusduur van de gevolgde opleiding ten minste een jaar korter is dan de cursusduur van de Nederlandse opleiding die vereist is om het betreffende beroep te mogen uitoefenen, dient de aanvrager aan te tonen dat hij beschikt over een beroepservaring van ten minste twee jaar.
4. De bevoegde autoriteit kan ten aanzien van een aanvrager niet zowel het tweede als het derde lid toepassen.
a. het 'Certificaat Nederlands als Vreemde Taal', waarvan de examens op het hoogste niveau zijn afgelegd,
b. het diploma Nederlands als Tweede Taal, programma II, dan wel het certificaat Nederlands als Tweede Taal op het tweede niveau, afgegeven voor 1 januari 1994,
c. een diploma vwo, havo of een diploma van een opleiding beroepsonderwijs die uitsluitend of mede is gericht op doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs,
d. een met een van de onder c genoemde diploma's vergelijkbaar diploma behaald in het Nederlandstaling onderwijs in België, of
e. een positieve beoordeling dienaangaande door de minister,indien de aanvrager in Nederland reeds werkzaam is als onbevoegd leraar in het voortgezet onderwijs.
2. Indien de opleiding die ten grondslag heeft gelegen aan het door de aanvrager behaalde diploma betrekking heeft op vakgebieden die meer dan in geringe mate verschillen van de wezenlijke vakgebieden van de Nederlandse opleiding die is vereist om het betreffende beroep te mogen uitoefenen, dient de aanvrager, naar eigen keuze, een proeve van bekwaamheid af te leggen dan wel een aanpassingsstage te volbrengen.
3. Indien de cursusduur van de gevolgde opleiding ten minste een jaar korter is dan de cursusduur van de Nederlandse opleiding die vereist is om het betreffende beroep te mogen uitoefenen, dient de aanvrager aan te tonen dat hij beschikt over een beroepservaring van ten minste twee jaar.
4. De bevoegde autoriteit kan ten aanzien van een aanvrager niet zowel het tweede als het derde lid toepassen.