BWBR0008615
Geldig vanaf 1997-06-16
Artikel 5
Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997
1. Onze minister stelt jaarlijks vóór 1 oktober ten behoeve van de budgethoudende gemeenten op basis van hun restauratie-behoefteraming het budget vast.
2. Onze minister stelt jaarlijks vóór 1 oktober ten behoeve van de provincies op basis van de restauratie-behoefteramingen van de niet-budgethoudende gemeenten het budget vast.
3. Het budget, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de verhouding van het aantal restauratie-eenheden in een gemeente tot het landelijk gemeten aantal restauratie-eenheden te vermenigvuldigen met het bedrag dat Onze minister voor de toepassing van dit besluit ten laste van de begroting van het zesde jaar, bedoeld in artikel 6, wil brengen.
4. Het budget, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door de verhouding van de som van het aantal restauratie-eenheden van de gemeenten, bedoeld in het tweede lid, tot het landelijk gemeten aantal restauratie-eenheden te vermenigvuldigen met het bedrag dat Onze minister voor de toepassing van dit besluit ten laste van de begroting van het zesde jaar, bedoeld in artikel 6, wil brengen.
5. Een restauratie-eenheid als bedoeld in het derde en vierde lid is een getal per monument dat ontstaat door van elke door Onze minister te onderscheiden werkzaamheid het geïnventariseerde aantal te vermenigvuldigen met de door Onze minister voor de door hem te onderscheiden werkzaamheden vast te stellen normgetallen.
2. Onze minister stelt jaarlijks vóór 1 oktober ten behoeve van de provincies op basis van de restauratie-behoefteramingen van de niet-budgethoudende gemeenten het budget vast.
3. Het budget, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de verhouding van het aantal restauratie-eenheden in een gemeente tot het landelijk gemeten aantal restauratie-eenheden te vermenigvuldigen met het bedrag dat Onze minister voor de toepassing van dit besluit ten laste van de begroting van het zesde jaar, bedoeld in artikel 6, wil brengen.
4. Het budget, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door de verhouding van de som van het aantal restauratie-eenheden van de gemeenten, bedoeld in het tweede lid, tot het landelijk gemeten aantal restauratie-eenheden te vermenigvuldigen met het bedrag dat Onze minister voor de toepassing van dit besluit ten laste van de begroting van het zesde jaar, bedoeld in artikel 6, wil brengen.
5. Een restauratie-eenheid als bedoeld in het derde en vierde lid is een getal per monument dat ontstaat door van elke door Onze minister te onderscheiden werkzaamheid het geïnventariseerde aantal te vermenigvuldigen met de door Onze minister voor de door hem te onderscheiden werkzaamheden vast te stellen normgetallen.