BWBR0008615
Geldig vanaf 1997-06-16
Artikel 40
Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997
1. Op een subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 38zijn de artikelen 2, 4 tot en met 13en 15niet van toepassing.
2. Subsidie als bedoeld in artikel 38wordt onverminderd artikel 3slechts verstrekt indien:
a. de vergunning, bedoeld in artikel 11 van de wet, is verleend en de werking daarvan niet is opgeschort;
b. naar genoegen van Onze minister aannemelijk is gemaakt dat het gedeelte van de kosten van de voorgenomen restauratie, dat niet door subsidie gedekt kan worden, financieel zeker gesteld is en dat overigens met de restauratie vóór 1 oktober 1997 kan worden begonnen.
3. De aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 38bevat, naast de eisen, gesteld in artikel 14, tevens een verklaring waarin wordt aangegeven:
a. op welke wijze het monument na de restauratie wordt gefinancierd;
b. welke bestemming het monument na de restauratie krijgt;
c. op welke wijze verzekerd is dat met de restauratie vóór 1 oktober 1997 kan worden begonnen.
4. Burgemeester en wethouders zenden Onze minister de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 38 vóór 16 juli 1997 toe, vergezeld van:
a. een door hen opgestelde berekening van de subsidiabele restauratiekosten; en
b. een afschrift van de voor de restauratie benodigde vergunning.
2. Subsidie als bedoeld in artikel 38wordt onverminderd artikel 3slechts verstrekt indien:
a. de vergunning, bedoeld in artikel 11 van de wet, is verleend en de werking daarvan niet is opgeschort;
b. naar genoegen van Onze minister aannemelijk is gemaakt dat het gedeelte van de kosten van de voorgenomen restauratie, dat niet door subsidie gedekt kan worden, financieel zeker gesteld is en dat overigens met de restauratie vóór 1 oktober 1997 kan worden begonnen.
3. De aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 38bevat, naast de eisen, gesteld in artikel 14, tevens een verklaring waarin wordt aangegeven:
a. op welke wijze het monument na de restauratie wordt gefinancierd;
b. welke bestemming het monument na de restauratie krijgt;
c. op welke wijze verzekerd is dat met de restauratie vóór 1 oktober 1997 kan worden begonnen.
4. Burgemeester en wethouders zenden Onze minister de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 38 vóór 16 juli 1997 toe, vergezeld van:
a. een door hen opgestelde berekening van de subsidiabele restauratiekosten; en
b. een afschrift van de voor de restauratie benodigde vergunning.