BWBR0008615
Geldig vanaf 1997-06-16
Artikel 39
Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997
1. Onze Minister stelt in 1997 voor de verstrekking van subsidie als bedoeld in artikel 38:
a. ten behoeve van woonhuizen en boerderijen 25 miljoen gulden beschikbaar;
b. ten behoeve van kerken 15 miljoen beschikbaar; en
c. ten behoeve van overige monumenten 10 miljoen gulden beschikbaar.
2. Een subsidie als bedoeld in artikel 38wordt geweigerd voor zover door verstrekking van subsidie aan woonhuizen en boerderijen, aan kerken, of aan overige monumenten het daarvoor in het eerste lid genoemde bedrag zou worden overschreden.
3. Indien na de beslissing op de aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 38het beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, bof c, niet geheel besteed is, besteedt Onze minister het restant ten behoeve van aanvragen om subsidie die op grond van het tweede lid zouden worden geweigerd.
a. ten behoeve van woonhuizen en boerderijen 25 miljoen gulden beschikbaar;
b. ten behoeve van kerken 15 miljoen beschikbaar; en
c. ten behoeve van overige monumenten 10 miljoen gulden beschikbaar.
2. Een subsidie als bedoeld in artikel 38wordt geweigerd voor zover door verstrekking van subsidie aan woonhuizen en boerderijen, aan kerken, of aan overige monumenten het daarvoor in het eerste lid genoemde bedrag zou worden overschreden.
3. Indien na de beslissing op de aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 38het beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, bof c, niet geheel besteed is, besteedt Onze minister het restant ten behoeve van aanvragen om subsidie die op grond van het tweede lid zouden worden geweigerd.