BWBR0008615
Geldig vanaf 1997-06-16
Artikel 15
Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997
1. Burgemeester en wethouders van een budgethoudende gemeente zenden de aanvraag, vergezeld van een door hen opgestelde berekening van de hoogte van de subsidiabele restauratiekosten binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag door aan Onze minister. Zij geven daarbij aan of de aanvraag gelet op het gemeentelijk restauratie-uitvoeringsprogramma voor inwilliging in aanmerking komt en ten laste van welk voor de gemeente vastgesteld budget de subsidie zou moeten worden gebracht.
2. Burgemeester en wethouders van een niet-budgethoudende gemeente of van een budgethoudende gemeente die de aanvraag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, heeft gedaan, zenden de aanvraag, vergezeld van een door burgemeester en wethouders opgestelde berekening van de hoogte van de subsidiabele restauratiekosten binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag door aan gedeputeerde staten.
3. Burgemeester en wethouders van een gemeente zonder verordening als bedoeld in artikel 15van de wet zenden de aanvraag binnen vier weken door aan gedeputeerde staten.
4. Gedeputeerde staten zenden de aanvraag, bedoeld in het tweede of derde lid, binnen twee weken na de doorzending van de aanvraag door aan Onze minister. Zij geven daarbij aan of de aanvraag gelet op het provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma voor inwilliging in aanmerking komt en ten laste van welk voor de provincie vastgesteld budget de subsidie zou moeten worden gebracht.
5. Burgemeester en wethouders alsmede gedeputeerde staten stellen de eigenaar in kennis van een doorzending als bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde lid.
6. Indien de doorzending, bedoeld in de vorige leden, niet binnen het in die leden gestelde aantal weken kan plaatsvinden, stellen burgemeester en wethouders, of gedeputeerde staten de eigenaar daarvan in kennis en noemen daarbij een redelijke termijn waarbinnen de doorzending wel tegemoet kan worden gezien.
2. Burgemeester en wethouders van een niet-budgethoudende gemeente of van een budgethoudende gemeente die de aanvraag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, heeft gedaan, zenden de aanvraag, vergezeld van een door burgemeester en wethouders opgestelde berekening van de hoogte van de subsidiabele restauratiekosten binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag door aan gedeputeerde staten.
3. Burgemeester en wethouders van een gemeente zonder verordening als bedoeld in artikel 15van de wet zenden de aanvraag binnen vier weken door aan gedeputeerde staten.
4. Gedeputeerde staten zenden de aanvraag, bedoeld in het tweede of derde lid, binnen twee weken na de doorzending van de aanvraag door aan Onze minister. Zij geven daarbij aan of de aanvraag gelet op het provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma voor inwilliging in aanmerking komt en ten laste van welk voor de provincie vastgesteld budget de subsidie zou moeten worden gebracht.
5. Burgemeester en wethouders alsmede gedeputeerde staten stellen de eigenaar in kennis van een doorzending als bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde lid.
6. Indien de doorzending, bedoeld in de vorige leden, niet binnen het in die leden gestelde aantal weken kan plaatsvinden, stellen burgemeester en wethouders, of gedeputeerde staten de eigenaar daarvan in kennis en noemen daarbij een redelijke termijn waarbinnen de doorzending wel tegemoet kan worden gezien.