BWBR0007777
Geldig vanaf 2003-11-24
Artikel 12
Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995
1. Van artikel 7, eerste lid, van de wetwordt vrijstelling verleend aan natuurlijke personen en rechtspersonen voor zover zij bij het als effectenbemiddelaar aanbieden of verrichten van diensten cliënten aanbrengen bij:
a. een beleggingsinstelling die is ingeschreven in het register bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel b, of onderdeel e, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, dan wel is vrijgesteld ingevolge de Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen;
b. een beheerder die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel a of onderdeel c, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, dan wel is vrijgesteld ingevolge de Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen (Stcrt. 198);
c. een effecteninstelling die ingevolge een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet of ingevolge artikel 7, tweede lid, aanhef en onder h, i of j, van de wet als effectenbemiddelaar of vermogensbeheerder diensten mag aanbieden of verrichten; of
d. een effecteninstelling die ingevolge de artikelen 14, 15, 16 of 17 is vrijgesteld van artikel 7, eerste lid, van de wet.
2. Onverminderd artikel 20wordt aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, het voorschrift verbonden dat de natuurlijke persoon of rechtspersoon bij het als effectenbemiddelaar aanbieden of verrichten van de in het eerste lid bedoelde diensten de regels, bedoeld in artikel 24 van het besluit, naleeft. Artikel 26, eerste lid, van het besluitis van overeenkomstige toepassing.
a. een beleggingsinstelling die is ingeschreven in het register bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel b, of onderdeel e, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, dan wel is vrijgesteld ingevolge de Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen;
b. een beheerder die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel a of onderdeel c, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, dan wel is vrijgesteld ingevolge de Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen (Stcrt. 198);
c. een effecteninstelling die ingevolge een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet of ingevolge artikel 7, tweede lid, aanhef en onder h, i of j, van de wet als effectenbemiddelaar of vermogensbeheerder diensten mag aanbieden of verrichten; of
d. een effecteninstelling die ingevolge de artikelen 14, 15, 16 of 17 is vrijgesteld van artikel 7, eerste lid, van de wet.
2. Onverminderd artikel 20wordt aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, het voorschrift verbonden dat de natuurlijke persoon of rechtspersoon bij het als effectenbemiddelaar aanbieden of verrichten van de in het eerste lid bedoelde diensten de regels, bedoeld in artikel 24 van het besluit, naleeft. Artikel 26, eerste lid, van het besluitis van overeenkomstige toepassing.