BWBR0007777
Geldig vanaf 2003-11-24
Artikel 21
Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995
1. Van artikel 7, eerste lid, van de wetwordt vrijstelling verleend aan in Nederland gevestigde natuurlijke personen en rechtspersonen die zijn aangesloten bij een organisatie waarvan de leden toegang hebben tot een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1, onder 13, van de richtlijn beleggingsdiensten waarvan de houder in een andere lid-staat is gevestigd, voor zover zij als effectenbemiddelaar of vermogensbeheerder diensten aanbieden of verrichten die betrekking hebben op effecten die zijn toegelaten tot de notering aan de desbetreffende gereglementeerde markt.
2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is van toepassing tot de laatste dag van de derde kalendermaand na de datum van inwerkingtreding van artikel 7, eerste lid, van de wet.
3. In afwijking van het tweede lid blijft de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, van toepassing op degene die tijdens de in het tweede lid bedoelde periode bij de toezichthouder een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend, tot de tweede dag nadat de toezichthouder zijn besluit inzake die aanvraag heeft verzonden.
4. Aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, wordt het voorschrift verbonden dat de natuurlijke persoon of rechtspersoon bij het als effectenbemiddelaar of vermogensbeheerder aanbieden of verrichten van de in het eerste lid bedoelde diensten de voor de desbetreffende gereglementeerde markt te hanteren regels naleeft. Artikel 20, tweede lid en vierde lid, aanhef en onder b, is van overeenkomstige toepassing.
2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is van toepassing tot de laatste dag van de derde kalendermaand na de datum van inwerkingtreding van artikel 7, eerste lid, van de wet.
3. In afwijking van het tweede lid blijft de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, van toepassing op degene die tijdens de in het tweede lid bedoelde periode bij de toezichthouder een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend, tot de tweede dag nadat de toezichthouder zijn besluit inzake die aanvraag heeft verzonden.
4. Aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, wordt het voorschrift verbonden dat de natuurlijke persoon of rechtspersoon bij het als effectenbemiddelaar of vermogensbeheerder aanbieden of verrichten van de in het eerste lid bedoelde diensten de voor de desbetreffende gereglementeerde markt te hanteren regels naleeft. Artikel 20, tweede lid en vierde lid, aanhef en onder b, is van overeenkomstige toepassing.