BWBR0007247
Geldig vanaf 1995-02-23
Artikel 19
Regeling borgstelling waterschadekredieten 1995
1. De verplichtingen van de staat uit hoofde van deze borgstellingsovereen-komst met betrekking tot een water-schadekrediet vervallen door schuldvernieuwing, door schuldoverneming en - voor het gedeelte waarin subrogatie plaatsvindt - door subrogatie van derden in de rechten van de Bank met betrekking tot het waterschadekrediet, al dan niet voorafgegaan door cessie van het waterschadekrediet.
2. In afwijking van het eerste lid blijven de verplichtingen van de staat met betrekking tot een waterschadekrediet van kracht, indien:
a. de ondernemer aan wie het waterschadekrediet is verstrekt de onderneming en alle voor het drijven van de onderneming bestemde activa en passiva inbrengt of overdraagt aan een door de ondernemer voor het drijven van die onderneming opgerichte rechtspersoon,
b. de Bank met de onder a bedoelde rechtspersoon een overeenkomst sluit als gevolg waarvan die rechtspersoon bij de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het waterschadekrediet is verleend de plaats inneemt van de ondernemer, en
c. de ondernemer zich naast de onder a bedoelde rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming door die rechtspersoon van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst.
3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rechtspersoon mede begrepen twee of meer rechtspersonen, indien die rechtspersonen gezamenlijk voldoen aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden en ieder van die rechtspersonen zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de krediet-overeenkomst uit hoofde waarvan het waterschadekrediet is verstrekt.
2. In afwijking van het eerste lid blijven de verplichtingen van de staat met betrekking tot een waterschadekrediet van kracht, indien:
a. de ondernemer aan wie het waterschadekrediet is verstrekt de onderneming en alle voor het drijven van de onderneming bestemde activa en passiva inbrengt of overdraagt aan een door de ondernemer voor het drijven van die onderneming opgerichte rechtspersoon,
b. de Bank met de onder a bedoelde rechtspersoon een overeenkomst sluit als gevolg waarvan die rechtspersoon bij de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het waterschadekrediet is verleend de plaats inneemt van de ondernemer, en
c. de ondernemer zich naast de onder a bedoelde rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming door die rechtspersoon van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst.
3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rechtspersoon mede begrepen twee of meer rechtspersonen, indien die rechtspersonen gezamenlijk voldoen aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden en ieder van die rechtspersonen zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de krediet-overeenkomst uit hoofde waarvan het waterschadekrediet is verstrekt.