BWBR0007247
Geldig vanaf 1995-02-23
Artikel 18
Regeling borgstelling waterschadekredieten 1995
1. De Bank betaalt de vanaf het moment van de indiening van een aanvraag als bedoeld in artikel 13 ontvangen opbrengsten die in mindering komen op het waterschadekrediet binnen negen weken na ontvangst aan de staat.
2. Voor zover de opbrengsten na de aanvang van de periode, bedoeld in artikel 11, eerste lid, ontvangen zijn en niet ontvangen zijn uit hoofde van de uitwinning van zekerheden, wordt de in het eerste lid bedoelde betalingsverplichting beperkt tot 80 procent van de ontvangen opbrengsten.
3. De Bank zal de rekening, bedoeld in artikel 17, eerste lid, met als valutadatum de datum van verzending van de aanvraag, bedoeld in artikel 13, en binnen negen weken na die datum, debiteren voor het bedrag waarvoor betaling wordt gevraagd, vermeerderd met een rente als bedoeld in artikel 16, tweede lid, over de periode die verstreken is sinds de dag waarop de vermindering, bedoeld in artikel 5, op grond van artikel 6 is geschorst.
4. De Bank zal de rekening, bedoeld in artikel 17, eerste lid, met als valutadatum de datum van de beslissing van de minister, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en binnen negen weken na die datum crediteren of debiteren voor respectievelijk het voor de staat positieve of negatieve verschil tussen het bedrag waarvoor de rekening ingevolge het derde lid is gedebiteerd en het bedrag waarop de minister de betaling vaststelde, vermeerderd met een over dat verschil te berekenen rente als bedoeld in artikel 16, tweede lid, over de periode die is verstreken sinds de creditering of debitering, bedoeld in het derde lid, en de vaststelling van de betaling.
5. De Bank zal de rekening, bedoeld in artikel 17, eerste lid, met als valutadatum 1 november 1995, debiteren voor het bedrag waarvoor betaling wordt gevraagd in de aanvraag als bedoeld in artikel 16, derde lid.
6. De bank zal de rekening, bedoeld in artikel 17, eerste lid, met als valutadatum de datum van de beslissing van de minister, bedoeld in artikel 16, vierde lid, en binnen vier weken na die datum crediteren of debiteren voor respectievelijk het voor de staat positieve of negatieve verschil tussen het bedrag waarvoor de rekening ingevolge het vijfde lid is gedebiteerd en het bedrag waarop de minister de betaling vaststelde, vermeerderd met een over dat verschil ter berekenen rente als bedoeld in artikel 16, tweede lid, over de periode die is verstreken sinds de creditering of debitering, bedoeld in het vijfde lid, en de vaststelling van de betaling.
2. Voor zover de opbrengsten na de aanvang van de periode, bedoeld in artikel 11, eerste lid, ontvangen zijn en niet ontvangen zijn uit hoofde van de uitwinning van zekerheden, wordt de in het eerste lid bedoelde betalingsverplichting beperkt tot 80 procent van de ontvangen opbrengsten.
3. De Bank zal de rekening, bedoeld in artikel 17, eerste lid, met als valutadatum de datum van verzending van de aanvraag, bedoeld in artikel 13, en binnen negen weken na die datum, debiteren voor het bedrag waarvoor betaling wordt gevraagd, vermeerderd met een rente als bedoeld in artikel 16, tweede lid, over de periode die verstreken is sinds de dag waarop de vermindering, bedoeld in artikel 5, op grond van artikel 6 is geschorst.
4. De Bank zal de rekening, bedoeld in artikel 17, eerste lid, met als valutadatum de datum van de beslissing van de minister, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en binnen negen weken na die datum crediteren of debiteren voor respectievelijk het voor de staat positieve of negatieve verschil tussen het bedrag waarvoor de rekening ingevolge het derde lid is gedebiteerd en het bedrag waarop de minister de betaling vaststelde, vermeerderd met een over dat verschil te berekenen rente als bedoeld in artikel 16, tweede lid, over de periode die is verstreken sinds de creditering of debitering, bedoeld in het derde lid, en de vaststelling van de betaling.
5. De Bank zal de rekening, bedoeld in artikel 17, eerste lid, met als valutadatum 1 november 1995, debiteren voor het bedrag waarvoor betaling wordt gevraagd in de aanvraag als bedoeld in artikel 16, derde lid.
6. De bank zal de rekening, bedoeld in artikel 17, eerste lid, met als valutadatum de datum van de beslissing van de minister, bedoeld in artikel 16, vierde lid, en binnen vier weken na die datum crediteren of debiteren voor respectievelijk het voor de staat positieve of negatieve verschil tussen het bedrag waarvoor de rekening ingevolge het vijfde lid is gedebiteerd en het bedrag waarop de minister de betaling vaststelde, vermeerderd met een over dat verschil ter berekenen rente als bedoeld in artikel 16, tweede lid, over de periode die is verstreken sinds de creditering of debitering, bedoeld in het vijfde lid, en de vaststelling van de betaling.