1. Ten tijde van het sluiten van een kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een waterschadekrediet aan een ondernemer wordt verstrekt, moet aan de volgende criteria zijn voldaan:
a. indien het waterschadekrediet geheel of gedeeltelijk is opgebouwd uit het bedrag of een gedeelte van het bedrag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, dan heeft de Bank de beschikking over: 1°. een volledig ingevuld formulier, waarvan het model is opgenomen in bijlage B bij deze overeenkomst, en waarvan het schaderegistratieformulier ongecorrigeerd is en is ondertekend door een door de Stichting Watersnood Bedrijven Nederland 1995 aangewezen deskundige, en
2°. een verklaring, waarvan het model is opgenomen in bijlage C bij deze overeenkomst;
1°. een volledig ingevuld formulier, waarvan het model is opgenomen in bijlage B bij deze overeenkomst, en waarvan het schaderegistratieformulier ongecorrigeerd is en is ondertekend door een door de Stichting Watersnood Bedrijven Nederland 1995 aangewezen deskundige, en
2°. een verklaring, waarvan het model is opgenomen in bijlage C bij deze overeenkomst;
b. indien het waterschadekrediet geheel of gedeeltelijk is opgebouwd uit het bedrag of een gedeelte van het bedrag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, dan heeft de Bank de beschikking over een verklaring, waarvan het model is opgenomen in bijlage D bij deze overeenkomst;
c. 1°. tot de onderneming van de ondernemer behoort een fysieke bedrijfsvestiging die is gelegen in een gemeente die, of een gedeelte van een gemeente dat is opgenomen in bijlage A bij deze overeenkomst, of
2°. de Bank heeft de beschikking over een kopie van een subsidietoezegging van de Stichting Watersnood Bedrijven Nederland 1995 aan de ondernemer op grond van de Subsidieregeling waterschade 1995, of
3°. de Bank heeft de beschikking over een kopie van het in onderdeel a, 1° bedoelde formulier waaruit blijkt dat de ondernemer activaschade heeft geleden als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Subsidieregeling waterschade 1995;
1°. tot de onderneming van de ondernemer behoort een fysieke bedrijfsvestiging die is gelegen in een gemeente die, of een gedeelte van een gemeente dat is opgenomen in bijlage A bij deze overeenkomst, of
2°. de Bank heeft de beschikking over een kopie van een subsidietoezegging van de Stichting Watersnood Bedrijven Nederland 1995 aan de ondernemer op grond van de Subsidieregeling waterschade 1995, of
3°. de Bank heeft de beschikking over een kopie van het in onderdeel a, 1° bedoelde formulier waaruit blijkt dat de ondernemer activaschade heeft geleden als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Subsidieregeling waterschade 1995;
d. het waterschadekrediet bedraagt minimaal f 2000;
e. de ondernemer beschikt over onvoldoende financiële middelen om zijn onderneming op economisch verantwoorde wijze te drijven;
f. er is een tekort aan zekerheden bij de ondernemer, waardoor de Bank naar normaal bankgebruik het krediet niet geheel voor eigen rekening en risico kan verstrekken;
g. het waterschadekrediet bedraagt niet meer dan het tekort aan zekerheden dat bij de Bank ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bestaat;
h. de kredietovereenkomst is in schriftelijke vorm aangegaan;
i. de Bank brengt de ondernemer uit hoofde van de kredietovereenkomst geen rente in rekening;
j. de rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven van de onderneming zijn bevredigend;
k. het waterschadekrediet is niet bestemd en wordt niet gebruikt voor de nakoming van verplichtingen van de ondernemer aan de Bank die het waterschadekrediet verstrekt of aan een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is;
l. de ondernemer beschikt niet over een door een andere bank verstrekte kredietfaciliteit, waarvoor de staat op grond van de Regeling borgstelling waterschadekredieten 1995, de Regeling borgstelling waterschadekredieten 1994, het Besluit borgstelling MKB-kredieten, de Regeling borgstelling MKB-kredieten 1988, de Kredietregeling midden- en kleinbedrijf 1985, de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976 of de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1965, nog borg staat, anders dan een bijzondere hypothecaire geldlening als bedoeld in bijlage 4 van de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976 of in hoofdstuk VI van de Kredietregeling midden- en kleinbedrijf 1985;
m. de ondernemer, indien deze een natuurlijk persoon is, zal naar verwachting na een gebruikelijke aanloopperiode uit de inkomsten van zijn onderneming kunnen voorzien in zijn levensonderhoud;
n. de natuurlijke persoon die direct of indirect meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan de ondernemer, niet zijnde een natuurlijk persoon, heeft zich borg gesteld voor de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het waterschadekrediet is verstrekt, tot aan een bedrag ter grootte van ten minste 25 procent van het waterschadekrediet;
o. de Bank heeft in de door haar gesloten borgstellingsovereenkomsten met betrekking tot de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het waterschadekrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opgenomen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank heeft geen bedingen opgenomen, ertoe leidende dat: 1°. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de staat eerst zou moeten worden aangesproken,
2°. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek;
1°. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de staat eerst zou moeten worden aangesproken,
2°. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek;
p. bij de ondernemer zijn niet meer dan 250 werknemers in dienst;
q. de ondernemer houdt een onderneming in stand waarvan de laatste jaaromzet voor minder dan 50% is verkregen, of, indien de onderneming nog geen heel jaar is gedreven, waarvan de omzet naar verwachting voor minder dan 50% zal worden verkregen, uit: 1°. de beoefening van de land- of de tuinbouw, de vee- of visteelt, de visserij of de teelt van vee- of visvoer,
2°. de uitoefening van het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf, of het financieren van een of meer andere ondernemingen of
3°. het verwerven, vervreemden, beheren of exploiteren van onroerende zaken of het ontwikkelen van onroerende zaak-projecten;
1°. de beoefening van de land- of de tuinbouw, de vee- of visteelt, de visserij of de teelt van vee- of visvoer,
2°. de uitoefening van het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf, of het financieren van een of meer andere ondernemingen of
3°. het verwerven, vervreemden, beheren of exploiteren van onroerende zaken of het ontwikkelen van onroerende zaak-projecten;
r. de ondernemer oefent geen beroep uit als bedoeld in artikel 1, onder B, van het Besluit werkingssfeer Wet tarieven gezondheidszorg 1992, dan wel het beroep van dierenarts, notaris, advocaat of gerechtsdeurwaarder;
s. de kredietovereenkomst bevat een bepaling op grond waarvan het de ondernemer niet is toegestaan aflos-singen op het krediet opnieuw op te nemen;
t. het krediet moet volledig zijn uitbetaald uiterlijk op 1 oktober 1995.
2. Voor de bepaling van het aantal werknemers dat bij een ondernemer in dienst is worden, indien de ondernemer tot een groep behoort, de bij de tot die groep behorende natuurlijke personen of rechtspersonen in dienst zijnde werknemers in aanmerking genomen.
3. Voor de bepaling van het aantal werknemers dat bij een ondernemer in dienst is worden deeltijdwerkers naar evenredigheid van de met hen overeengekomen arbeidsduur in aanmerking genomen.