BWBR0006857
Geldig vanaf 1994-09-01
Artikel 22
Besluit vergunningen mobiele telecommunicatie
1. Voorzieningen, bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de wet zijn in ieder geval:
a. lokaties waar de koppeling van de telecommunicatie-infrastructuur van de houder van de vergunning aan de geschakelde telecommunicatie-infrastructuur van de houder van de concessie kan plaatsvinden,
b. koppelvlakken tussen de telecommunicatie-infrastructuur van de houder van de vergunning en de geschakelde telecommunicatie-infrastructuur van de houder van de concessie die voldoen aan de door de houder van een vergunning gevraagde capaciteit, kwaliteit en eigenschappen,
c. een systeem waarmee het verkeer tussen de telecommunicatie-infrastructuur van de houder van een vergunning en de geschakelde telecommunicatie-infrastructuur van de houder van de concessie kan worden gemeten en verrekend.
2. De houder van de concessie stelt de in het eerste lid bedoelde voorzieningen en de vaste verbindingen ten behoeve van de koppeling als bedoeld in het eerste lid, aan de houder van een vergunning ter beschikking binnen vier weken nadat deze een verzoek daartoe aan de houder van de concessie heeft gedaan indien de gevraagde voorzieningen in vooraanleg reeds aanwezig zijn.
In geval de gevraagde voorzieningen niet in vooraanleg aanwezig zijn dient de houder van de concessie binnen vier weken aan de houder van een vergunning een bindende offerte te leveren waarin in ieder geval is opgenomen:
a. een beschrijving van de te leveren voorzieningen, waarbij is uitgegaan van de door de houder van een vergunning gevraagde voorzieningen, en
b. de prijs waarvoor en de termijn waarbinnen de gevraagde voorzieningen door de houder van de concessie geleverd zullen worden.
a. lokaties waar de koppeling van de telecommunicatie-infrastructuur van de houder van de vergunning aan de geschakelde telecommunicatie-infrastructuur van de houder van de concessie kan plaatsvinden,
b. koppelvlakken tussen de telecommunicatie-infrastructuur van de houder van de vergunning en de geschakelde telecommunicatie-infrastructuur van de houder van de concessie die voldoen aan de door de houder van een vergunning gevraagde capaciteit, kwaliteit en eigenschappen,
c. een systeem waarmee het verkeer tussen de telecommunicatie-infrastructuur van de houder van een vergunning en de geschakelde telecommunicatie-infrastructuur van de houder van de concessie kan worden gemeten en verrekend.
2. De houder van de concessie stelt de in het eerste lid bedoelde voorzieningen en de vaste verbindingen ten behoeve van de koppeling als bedoeld in het eerste lid, aan de houder van een vergunning ter beschikking binnen vier weken nadat deze een verzoek daartoe aan de houder van de concessie heeft gedaan indien de gevraagde voorzieningen in vooraanleg reeds aanwezig zijn.
In geval de gevraagde voorzieningen niet in vooraanleg aanwezig zijn dient de houder van de concessie binnen vier weken aan de houder van een vergunning een bindende offerte te leveren waarin in ieder geval is opgenomen:
a. een beschrijving van de te leveren voorzieningen, waarbij is uitgegaan van de door de houder van een vergunning gevraagde voorzieningen, en
b. de prijs waarvoor en de termijn waarbinnen de gevraagde voorzieningen door de houder van de concessie geleverd zullen worden.