BWBR0006857
Geldig vanaf 1994-09-01
Artikel 13
Besluit vergunningen mobiele telecommunicatie
1. De houder van een vergunning draagt er zorg voor dat zijn telecommunicatie-infrastructuur:
a. wat betreft GSM en ERMES, ten minste van de door hem in de aanvraag opgegeven capaciteit is, en, wat betreft GSM, van voldoende capaciteit is om het verkeer van, naar en tussen zijn gebruikers af te wikkelen, en, wat betreft ERMES, het verkeer naar zijn gebruikers af te wikkelen,
b. beantwoordt aan de door internationale organisaties vastgestelde normen, standaarden en specificaties, onder meer wat betreft de voor GSM, ERMES en DCS 1800 gestelde kwaliteitseisen, zoals deze onder andere zijn vastgesteld door het Europese Telecommunicatie Standaardisatie Instituut of door de Internationale Telecommunicatie Unie en, wat GSM en ERMES betreft, ten minste van de door hem in de aanvraag opgegeven kwaliteit is,
c. vanaf een door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken te bepalen tijdstip aftapbaar is,
d. geschikt is om daarover ten minste de diensten te verrichten die hem bij vergunning zijn opgelegd,
e. geschikt is om daarover door dienstaanbieders als bedoeld in artikel 13s van de wet alle diensten aan te bieden, die deze dienstaanbieders willen aanbieden,
f. beveiligd is tegen ongeoorloofd gebruik door derden, en
g. kan samenwerken met toegelaten randapparatuur.
2. Onze Minister geeft na overleg met Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken aan de houder van een vergunning voorschriften ten aanzien van de door deze te nemen organisatorische en personele maatregelen en te treffen voorzieningen met betrekking tot de aftapbaarheid van de telecommunicatie-infrastructuur.
a. wat betreft GSM en ERMES, ten minste van de door hem in de aanvraag opgegeven capaciteit is, en, wat betreft GSM, van voldoende capaciteit is om het verkeer van, naar en tussen zijn gebruikers af te wikkelen, en, wat betreft ERMES, het verkeer naar zijn gebruikers af te wikkelen,
b. beantwoordt aan de door internationale organisaties vastgestelde normen, standaarden en specificaties, onder meer wat betreft de voor GSM, ERMES en DCS 1800 gestelde kwaliteitseisen, zoals deze onder andere zijn vastgesteld door het Europese Telecommunicatie Standaardisatie Instituut of door de Internationale Telecommunicatie Unie en, wat GSM en ERMES betreft, ten minste van de door hem in de aanvraag opgegeven kwaliteit is,
c. vanaf een door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken te bepalen tijdstip aftapbaar is,
d. geschikt is om daarover ten minste de diensten te verrichten die hem bij vergunning zijn opgelegd,
e. geschikt is om daarover door dienstaanbieders als bedoeld in artikel 13s van de wet alle diensten aan te bieden, die deze dienstaanbieders willen aanbieden,
f. beveiligd is tegen ongeoorloofd gebruik door derden, en
g. kan samenwerken met toegelaten randapparatuur.
2. Onze Minister geeft na overleg met Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken aan de houder van een vergunning voorschriften ten aanzien van de door deze te nemen organisatorische en personele maatregelen en te treffen voorzieningen met betrekking tot de aftapbaarheid van de telecommunicatie-infrastructuur.