BWBR0006857
Geldig vanaf 1994-09-01
Artikel 17
Besluit vergunningen mobiele telecommunicatie
1. De houder van een vergunning draagt er zorg voor dat met betrekking tot de telecommunicatie-infrastructuur en de diensten de wettelijke voorschriften met betrekking tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in acht worden genomen. Tevens is hij, indien dat voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer noodzakelijk blijkt, verplicht verdergaande waarborgen te stellen met betrekking tot het verzorgen en beheren van informatie.
2. De houder van een vergunning draagt er zorg voor dat met betrekking tot de diensten het telefoon- en telegraafgeheim, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Grondwetwordt nageleefd.
3. De houder van een vergunning is verplicht in de arbeidsvoorwaarden voor zijn personeel bepalingen op te nemen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van diegenen die gebruik maken van zijn telecommunicatie-infrastructuur. Voor zover derden betrokken zijn bij de uitvoering van activiteiten met betrekking tot de telecommunicatie-infrastructuur en de diensten, dient de houder van een vergunning er voor zorg te dragen dat ten aanzien van die derden en hun personeel overeenkomstige bepalingen worden gesteld.
2. De houder van een vergunning draagt er zorg voor dat met betrekking tot de diensten het telefoon- en telegraafgeheim, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Grondwetwordt nageleefd.
3. De houder van een vergunning is verplicht in de arbeidsvoorwaarden voor zijn personeel bepalingen op te nemen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van diegenen die gebruik maken van zijn telecommunicatie-infrastructuur. Voor zover derden betrokken zijn bij de uitvoering van activiteiten met betrekking tot de telecommunicatie-infrastructuur en de diensten, dient de houder van een vergunning er voor zorg te dragen dat ten aanzien van die derden en hun personeel overeenkomstige bepalingen worden gesteld.