BWBR0006857
Geldig vanaf 1994-09-01
Artikel 19
Besluit vergunningen mobiele telecommunicatie
1. De houder van een vergunning is verplicht de in artikel 13 s, eerste lid, van de wet bedoelde voorzieningen te verstrekken in de aantallen en van een zodanige kwaliteit en capaciteit als de dienstaanbieders verzoeken.
2. De houder van een vergunning is niet verplicht te voldoen aan verzoeken van dienstaanbieders om voorzieningen ter beschikking te stellen indien door het voldoen aan een dergelijk verzoek de navolgende wezenlijke vereisten onvoldoende gewaarborgd zijn:
a. de veiligheid van het functioneren van de telecommunicatie-infrastructuur,
b. het behoud van de integriteit van de telecommunicatie-infrastructuur,
c. de interoperabiliteit van diensten, in gerechtvaardigde gevallen,
d. de bescherming van gegevens, in passende gevallen,
e. de veiligheid van diegenen die gebruik maken van zijn telecommunicatie-infrastructuur,
f. de veiligheid van het personeel van de houder van een vergunning, en
g. de eisen die aan de telecommunicatie-infrastructuur zijn gesteld op het gebied van elektromagnetische compatibiliteit,
h. de bescherming van de telecommunicatie-infrastructuur tegen schade,
i. een doelmatig gebruik van frequenties, in voorkomende gevallen,
j. samenwerking van toegelaten randapparatuur die bestemd is voor aansluiting op de telecommunicatie-infrastructuur waarvoor vergunning is verleend, met die telecommunicatie-infrastructuur, of
k. onderlinge samenwerking van toegelaten randapparatuur die bestemd is voor aansluiting op de telecommunicatie-infrastructuur waarvoor vergunning is verleend.
3. Aan een verzoek als bedoeld in het eerste lid, hoeft de houder van een vergunning eveneens niet te voldoen, indien dat van hem niet gevergd kan worden, omdat als gevolg van de door hem te treffen voorzieningen ter voldoening aan het verzoek de continuïteit van zijn bedrijfsvoering ernstig in gevaar wordt gebracht.
4. Aan een verzoek als bedoeld in het eerste lid, dient de houder van een vergunning niet te voldoen indien de dienstaanbieder zich tegenover hem niet verbindt medewerking te verlenen aan de uitvoering van een bevoegd gegeven bijzondere last tot het afluisteren of opnemen van telecommunicatie die over de telecommunicatie-infrastructuur wordt afgewikkeld.
2. De houder van een vergunning is niet verplicht te voldoen aan verzoeken van dienstaanbieders om voorzieningen ter beschikking te stellen indien door het voldoen aan een dergelijk verzoek de navolgende wezenlijke vereisten onvoldoende gewaarborgd zijn:
a. de veiligheid van het functioneren van de telecommunicatie-infrastructuur,
b. het behoud van de integriteit van de telecommunicatie-infrastructuur,
c. de interoperabiliteit van diensten, in gerechtvaardigde gevallen,
d. de bescherming van gegevens, in passende gevallen,
e. de veiligheid van diegenen die gebruik maken van zijn telecommunicatie-infrastructuur,
f. de veiligheid van het personeel van de houder van een vergunning, en
g. de eisen die aan de telecommunicatie-infrastructuur zijn gesteld op het gebied van elektromagnetische compatibiliteit,
h. de bescherming van de telecommunicatie-infrastructuur tegen schade,
i. een doelmatig gebruik van frequenties, in voorkomende gevallen,
j. samenwerking van toegelaten randapparatuur die bestemd is voor aansluiting op de telecommunicatie-infrastructuur waarvoor vergunning is verleend, met die telecommunicatie-infrastructuur, of
k. onderlinge samenwerking van toegelaten randapparatuur die bestemd is voor aansluiting op de telecommunicatie-infrastructuur waarvoor vergunning is verleend.
3. Aan een verzoek als bedoeld in het eerste lid, hoeft de houder van een vergunning eveneens niet te voldoen, indien dat van hem niet gevergd kan worden, omdat als gevolg van de door hem te treffen voorzieningen ter voldoening aan het verzoek de continuïteit van zijn bedrijfsvoering ernstig in gevaar wordt gebracht.
4. Aan een verzoek als bedoeld in het eerste lid, dient de houder van een vergunning niet te voldoen indien de dienstaanbieder zich tegenover hem niet verbindt medewerking te verlenen aan de uitvoering van een bevoegd gegeven bijzondere last tot het afluisteren of opnemen van telecommunicatie die over de telecommunicatie-infrastructuur wordt afgewikkeld.