BWBR0006562
Geldig vanaf 2011-12-14
Artikel 9
Besluit financiën regionale politiekorpsen
1. Bij de toepassing van de artikelen 203en 205 tot en met 211 van de Gemeentewet, bedoeld in artikel 45, vierde lid, van de Politiewet 1993, wordt gelezen voor:
a. het gemeentebestuur: de korpsbeheerder;
b. het college van burgemeester en wethouders: de korpsbeheerder;
c. de gemeenteraad: het regionale college;
d. de raad: het regionale college;
e. de gemeente: de politieregio;
f. gedeputeerde staten: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
g. de commissaris van de Koning: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. In aanvulling op artikel 203 van de Gemeentewetkan Onze Minister bepalen dat de begroting voor het regionale politiekorps alsmede de daarop betrekking hebbende wijzigingen tevens zijn goedkeuring behoeven indien:
a. niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 8, eerste en tweede lid, gestelde regels;
b. blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld aan de besteding van de rijksbijdragen;
c. de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal in de jaarrekening van het tweede aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar kleiner is dan een bij ministeriële regeling vast te stellen normwaarde; of
d. de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal in de begroting kleiner is dan een bij ministeriële regeling vast te stellen normwaarde en blijkens de meerjarenraming niet aannemelijk is dat de normwaarde in de eerstvolgende jaren zal worden bereikt.
3. In afwijking van artikel 206 van de Gemeentewetkan de goedkeuring tevens worden onthouden indien niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 8, eerste en tweede lid, gestelde regels, of indien blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld aan de besteding van de rijksbijdragen.
a. het gemeentebestuur: de korpsbeheerder;
b. het college van burgemeester en wethouders: de korpsbeheerder;
c. de gemeenteraad: het regionale college;
d. de raad: het regionale college;
e. de gemeente: de politieregio;
f. gedeputeerde staten: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
g. de commissaris van de Koning: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. In aanvulling op artikel 203 van de Gemeentewetkan Onze Minister bepalen dat de begroting voor het regionale politiekorps alsmede de daarop betrekking hebbende wijzigingen tevens zijn goedkeuring behoeven indien:
a. niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 8, eerste en tweede lid, gestelde regels;
b. blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld aan de besteding van de rijksbijdragen;
c. de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal in de jaarrekening van het tweede aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar kleiner is dan een bij ministeriële regeling vast te stellen normwaarde; of
d. de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal in de begroting kleiner is dan een bij ministeriële regeling vast te stellen normwaarde en blijkens de meerjarenraming niet aannemelijk is dat de normwaarde in de eerstvolgende jaren zal worden bereikt.
3. In afwijking van artikel 206 van de Gemeentewetkan de goedkeuring tevens worden onthouden indien niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 8, eerste en tweede lid, gestelde regels, of indien blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld aan de besteding van de rijksbijdragen.