BWBR0006562
Geldig vanaf 2011-12-14
Artikel 4
Besluit financiën regionale politiekorpsen
1. Op aanvraag van het regionale college kan Onze Minister een aanvullende bijdrage verlenen, indien in het jaar waarvoor de algemene bijdrage voorlopig is vastgesteld en in een of meer daaropvolgende jaren een begrotingstekort wordt verwacht voor zoveel groter dan een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van de voor het eerstbedoelde jaar voorlopig vastgestelde algemene bijdrage vermeerderd met de bijzondere bijdrage. De aanvullende bijdrage wordt voor ten hoogste vier achtereenvolgende jaren verleend en wordt jaarlijks door Onze Minister aangepast aan het voor dat jaar verwachte begrotingstekort.
2. De aanvraag wordt door de korpsbeheerder namens het regionale college bij Onze Minister ingediend voor het begin van het jaar waarvoor de aanvullende bijdrage wordt aangevraagd. Onze Minister beslist omtrent de aanvraag binnen een half jaar na indiening daarvan. Indien de beschikking niet binnen dat half jaar kan worden gegeven, stelt Onze Minister de korpsbeheerder daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Deze termijn is niet langer dan drie maanden.
3. Onze Minister kan aan een regio waaraan een aanvullende bijdrage wordt verleend, bijzondere voorschriften geven met betrekking tot het door die regio te voeren financiële beleid. Deze voorschriften zijn van toepassing op het begrotingsjaar of de begrotingsjaren waarvoor de bijdrage wordt verleend.
4. Onverminderd artikel 7kan Onze Minister de aanvullende bijdrage verminderen, intrekken, dan wel geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien:
a. de financiële positie van de regio zodanig wijzigt, dat daarmee niet langer aan de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde voorwaarde wordt voldaan,
b. de door of namens het regionale college ten behoeve van de aanvraag verstrekte informatie onjuist of onvolledig blijkt te zijn en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, of
c. de regio in strijd handelt met de voorschriften, bedoeld in het derde lid.
5. Onze Minister kan de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde voorwaarde geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, voor zover toepassing zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
2. De aanvraag wordt door de korpsbeheerder namens het regionale college bij Onze Minister ingediend voor het begin van het jaar waarvoor de aanvullende bijdrage wordt aangevraagd. Onze Minister beslist omtrent de aanvraag binnen een half jaar na indiening daarvan. Indien de beschikking niet binnen dat half jaar kan worden gegeven, stelt Onze Minister de korpsbeheerder daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Deze termijn is niet langer dan drie maanden.
3. Onze Minister kan aan een regio waaraan een aanvullende bijdrage wordt verleend, bijzondere voorschriften geven met betrekking tot het door die regio te voeren financiële beleid. Deze voorschriften zijn van toepassing op het begrotingsjaar of de begrotingsjaren waarvoor de bijdrage wordt verleend.
4. Onverminderd artikel 7kan Onze Minister de aanvullende bijdrage verminderen, intrekken, dan wel geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien:
a. de financiële positie van de regio zodanig wijzigt, dat daarmee niet langer aan de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde voorwaarde wordt voldaan,
b. de door of namens het regionale college ten behoeve van de aanvraag verstrekte informatie onjuist of onvolledig blijkt te zijn en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, of
c. de regio in strijd handelt met de voorschriften, bedoeld in het derde lid.
5. Onze Minister kan de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde voorwaarde geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, voor zover toepassing zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.