BWBR0006562
Geldig vanaf 2011-12-14
Artikel 7
Besluit financiën regionale politiekorpsen
1. Onze Minister stelt de omvang van de rijksbijdragen over het voorafgaande begrotingsjaar definitief vast binnen drie maanden nadat de regio de in artikel 5, eerste lid, bedoelde bescheiden heeft overgelegd.
2. Onze Minister kan besluiten tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van verleende rijksbijdragen indien uit de in artikel 5, eerste en derde lid, bedoelde bescheiden blijkt dat de bijdragen niet overeenkomstig de gestelde regels zijn besteed of niet is voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld aan de besteding van de rijksbijdragen.
3. Onze Minister kan de betaling van voorschotten geheel of gedeeltelijk opschorten indien niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 5gestelde regels of aan het bepaalde op grond van artikel 45, derde lid, van de Politiewet 1993.
4. Onze Minister stelt de korpsbeheerder zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit als bedoeld in het tweede en derde lid.
2. Onze Minister kan besluiten tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van verleende rijksbijdragen indien uit de in artikel 5, eerste en derde lid, bedoelde bescheiden blijkt dat de bijdragen niet overeenkomstig de gestelde regels zijn besteed of niet is voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld aan de besteding van de rijksbijdragen.
3. Onze Minister kan de betaling van voorschotten geheel of gedeeltelijk opschorten indien niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 5gestelde regels of aan het bepaalde op grond van artikel 45, derde lid, van de Politiewet 1993.
4. Onze Minister stelt de korpsbeheerder zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit als bedoeld in het tweede en derde lid.