BWBR0006562
Geldig vanaf 2011-12-14
Artikel 2a
Besluit financiën regionale politiekorpsen
1. Onze Minister stelt onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie voor 1 juli de algemene bijdrage aan een regio voor het eerstvolgende jaar voorlopig vast en geeft daarbij een indicatie van de algemene bijdrage aan de regio in de daaropvolgende drie jaren.
2. De voorlopig vastgestelde algemene bijdrage wordt betaalbaar gesteld in vier termijnen respectievelijk 15 januari, 15 april, 15 juli en 15 oktober.
3. Onze Minister kan de voorlopig vastgestelde bijdrage wijzigen.
4. Onze Minister kan de voorlopig vastgestelde bijdrage verminderen indien niet wordt voldaan aan het gestelde bij of krachtens artikel 13a, tweede lid, van het Besluit comptabele regelgeving regionale politiekorpsen.
5. Onze Minister stelt de korpsbeheerder zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit tot bijstelling als bedoeld in het derde en vierde lid.
6. Verrekening van bijstellingen in de voorlopig vastgestelde algemene bijdrage vindt uiterlijk plaats op 1 december van het jaar waarop de voorlopige vaststelling betrekking heeft.
7. Onze Minister kan bij de voorlopige vaststelling van de algemene bijdrage voorwaarden verbinden aan de besteding van deze bijdrage.
2. De voorlopig vastgestelde algemene bijdrage wordt betaalbaar gesteld in vier termijnen respectievelijk 15 januari, 15 april, 15 juli en 15 oktober.
3. Onze Minister kan de voorlopig vastgestelde bijdrage wijzigen.
4. Onze Minister kan de voorlopig vastgestelde bijdrage verminderen indien niet wordt voldaan aan het gestelde bij of krachtens artikel 13a, tweede lid, van het Besluit comptabele regelgeving regionale politiekorpsen.
5. Onze Minister stelt de korpsbeheerder zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit tot bijstelling als bedoeld in het derde en vierde lid.
6. Verrekening van bijstellingen in de voorlopig vastgestelde algemene bijdrage vindt uiterlijk plaats op 1 december van het jaar waarop de voorlopige vaststelling betrekking heeft.
7. Onze Minister kan bij de voorlopige vaststelling van de algemene bijdrage voorwaarden verbinden aan de besteding van deze bijdrage.