BWBR0006562
Geldig vanaf 2011-12-14
Artikel 2
Besluit financiën regionale politiekorpsen
1. De rijksbijdrage aan een regio bestaat uit een algemene bijdrage en eventuele bijzondere en aanvullende bijdragen.
2. De algemene bijdrage bestaat uit:
a. een algemeen budget dat is opgebouwd uit de met toepassing van de in de artikelen 2b, 2c en 2d te berekenen aanspraken op deelbudgetten voor de werksoorten intake en service, noodhulp, opsporing en handhaving;
b. specifieke budgetten die Onze Minister kan toekennen indien specifieke kenmerken in een regio of een specifieke taak binnen een regio extra werklast meebrengen;
c. compensaties indien de artikelen 2e, respectievelijk 10, 11, 12, 13b of 13c van toepassing zijn.
3. Onze Minister stelt jaarlijks onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie voor 1 juli voor het eerstvolgende jaar voorlopig vast welk deel van de begroting bestemd is voor:
a. algemene budgetten en verdeling van dit bedrag in deelbudgetten voor de in het tweede lid, onder a, genoemde werksoorten;
b. specifieke budgetten;
c. compensaties;
d. bijzondere bijdragen.
4. Onze Minister geeft bij de voorlopige vaststelling bedoeld in het derde lid een indicatie van de omvang van de genoemde bestemmingen in de daarop volgende drie jaren.
2. De algemene bijdrage bestaat uit:
a. een algemeen budget dat is opgebouwd uit de met toepassing van de in de artikelen 2b, 2c en 2d te berekenen aanspraken op deelbudgetten voor de werksoorten intake en service, noodhulp, opsporing en handhaving;
b. specifieke budgetten die Onze Minister kan toekennen indien specifieke kenmerken in een regio of een specifieke taak binnen een regio extra werklast meebrengen;
c. compensaties indien de artikelen 2e, respectievelijk 10, 11, 12, 13b of 13c van toepassing zijn.
3. Onze Minister stelt jaarlijks onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie voor 1 juli voor het eerstvolgende jaar voorlopig vast welk deel van de begroting bestemd is voor:
a. algemene budgetten en verdeling van dit bedrag in deelbudgetten voor de in het tweede lid, onder a, genoemde werksoorten;
b. specifieke budgetten;
c. compensaties;
d. bijzondere bijdragen.
4. Onze Minister geeft bij de voorlopige vaststelling bedoeld in het derde lid een indicatie van de omvang van de genoemde bestemmingen in de daarop volgende drie jaren.