BWBR0006472
Geldig vanaf 1994-03-01
Artikel 7
Dagloonregelen
1. Indien de belanghebbende niet een bepaald beroep gewoonlijk uitoefende, wordt voor de vaststelling van het dagloon berekend het loon, dat hij in 26 kalender- of loonweken aan het intreden van zijn werkloosheid onmiddellijk voorafgaande, gemiddeld heeft genoten over in die periode gelegen dagen, waarop hij gedurende ten minste de voor hem normale werktijd in de desbetreffende dienstbetrekking werkzaam was.
2. Indien de uitkomst van de berekening overeenkomstig het eerste lid - gelet op het loon dat de belanghebbende in de 52 kalender- of loonweken, aan het intreden van zijn werkloosheid onmiddellijk voorafgaande, gemiddeld per dag placht te genieten - kennelijk geen juiste maatstaf voor de vaststelling van het dagloon biedt, wordt voor de toepassing van het eerste lid uitgegaan van het loon, dat de belanghebbende in die periode van 52 kalender- of loonweken heeft genoten.
3. Indien de werkloosheid intreedt binnen 52 kalender- of loonweken na afloop van perioden, waarin de belanghebbende wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid geen arbeid kon verrichten, wordt de in het tweede lid bedoelde periode van 52 kalender- of loonweken met deze perioden verlengd.
4. Het bepaalde in artikel 3, eerste lid en tweede lid, en artikel 4 is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de uitkomst van de berekening overeenkomstig het eerste lid - gelet op het loon dat de belanghebbende in de 52 kalender- of loonweken, aan het intreden van zijn werkloosheid onmiddellijk voorafgaande, gemiddeld per dag placht te genieten - kennelijk geen juiste maatstaf voor de vaststelling van het dagloon biedt, wordt voor de toepassing van het eerste lid uitgegaan van het loon, dat de belanghebbende in die periode van 52 kalender- of loonweken heeft genoten.
3. Indien de werkloosheid intreedt binnen 52 kalender- of loonweken na afloop van perioden, waarin de belanghebbende wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid geen arbeid kon verrichten, wordt de in het tweede lid bedoelde periode van 52 kalender- of loonweken met deze perioden verlengd.
4. Het bepaalde in artikel 3, eerste lid en tweede lid, en artikel 4 is van overeenkomstige toepassing.