BWBR0006472
Geldig vanaf 1994-03-01
Artikel 10
Dagloonregelen
1. Het dagloon van een belanghebbende, die een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80 procent ontvangt of - indien het bepaalde in artikel 25, 28, 30 of 33 van die wet te zijnen aanzien niet van toepassing was, - zou ontvangen, onderscheidenlijk een uitkering die naar aard en strekking hiermee overeenkomt naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80 procent ontvangt, is gelijk aan het dagloon, berekend volgens de bij en krachtens die wet vastgestelde bepalingen. Het aldus berekende dagloon wordt evenredig verlaagd door het dagloon te vermenigvuldigen met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het verschil tussen 100 en het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse, waarin de belanghebbende is ingedeeld en de noemer door het getal 100.
2. Indien de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, op een tijdstip na de dagloonberekening overeenkomstig dat lid, op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel op grond van een regeling die naar aard en strekking daarmee overeenkomt, wordt ingedeeld in een andere arbeidsongeschiktheidsklasse dan die, welke bij de evenredige verlaging is gehanteerd, wordt het krachtens de eerste volzin van dat lid berekende dagloon evenredig verlaagd door het dagloon te vermenigvuldigen met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het verschil tussen 100 en het midden van de nieuwe arbeidsongeschiktheidsklasse en de noemer door het getal 100.
3. Het dagloon van een belanghebbende die in het genot is van een invaliditeitspensioen, berekend naar een invaliditeitsgraad van minder dan 80 procent, wordt vastgesteld aan de hand van de aangepaste middelsom bedoeld in artikel F 6 van de Algemene burgerlijke pensioenwet waarnaar het pensioen wordt berekend. Indien het pensioen wordt berekend naar meer dan een aangepaste middelsom, wordt het dagloon vastgesteld aan de hand van de aangepaste middelsom voor de laatste dienstlijn. De in aanmerking te nemen aangepaste middelsom wordt eerst gedeeld door 261 en vervolgens vermenigvuldigd met de deeltijdfactor bedoeld in artikel F 9, vijfde lid van de Algemene burgerlijke pensioenwet. Het aldus verkregen dagloon wordt evenredig verlaagd door het dagloon te vermenigvuldigen met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het verschil tussen 100 en het midden van de klasse waarin de mate van algemene invaliditeit is vastgesteld, en de noemer door het getal 100.
4. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing indien en zolang de belanghebbende in staat kan worden geacht arbeid, die hij na het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid heeft verricht, duurzaam te verrichten.
2. Indien de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, op een tijdstip na de dagloonberekening overeenkomstig dat lid, op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel op grond van een regeling die naar aard en strekking daarmee overeenkomt, wordt ingedeeld in een andere arbeidsongeschiktheidsklasse dan die, welke bij de evenredige verlaging is gehanteerd, wordt het krachtens de eerste volzin van dat lid berekende dagloon evenredig verlaagd door het dagloon te vermenigvuldigen met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het verschil tussen 100 en het midden van de nieuwe arbeidsongeschiktheidsklasse en de noemer door het getal 100.
3. Het dagloon van een belanghebbende die in het genot is van een invaliditeitspensioen, berekend naar een invaliditeitsgraad van minder dan 80 procent, wordt vastgesteld aan de hand van de aangepaste middelsom bedoeld in artikel F 6 van de Algemene burgerlijke pensioenwet waarnaar het pensioen wordt berekend. Indien het pensioen wordt berekend naar meer dan een aangepaste middelsom, wordt het dagloon vastgesteld aan de hand van de aangepaste middelsom voor de laatste dienstlijn. De in aanmerking te nemen aangepaste middelsom wordt eerst gedeeld door 261 en vervolgens vermenigvuldigd met de deeltijdfactor bedoeld in artikel F 9, vijfde lid van de Algemene burgerlijke pensioenwet. Het aldus verkregen dagloon wordt evenredig verlaagd door het dagloon te vermenigvuldigen met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het verschil tussen 100 en het midden van de klasse waarin de mate van algemene invaliditeit is vastgesteld, en de noemer door het getal 100.
4. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing indien en zolang de belanghebbende in staat kan worden geacht arbeid, die hij na het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid heeft verricht, duurzaam te verrichten.