BWBR0006472
Geldig vanaf 1994-03-01
Artikel 3
Dagloonregelen
1. Voor de vaststelling van het dagloon wordt berekend het loon, dat de belanghebbende in de 26 kalenderweken, aan het intreden van zijn werkloosheid onmiddellijk voorafgaande, in dienstbetrekking in zijn betrekking gemiddeld heeft genoten over in die periode gelegen dagen, waarop hij gedurende ten minste de voor hem normale werktijd werkzaam was met dien verstande, dat bij deze berekening:
a indien de dienstbetrekking niet voortduurt, een evenredig deel van de vakantietoeslag, alsmede een evenredig deel van de uitkering die het karakter heeft van een 13e maandloon of een eindejaarsuitkering, voorzover de belanghebbende tijdens de duur van het dienstverband tegenover het bevoegd gezag recht had op deze uitkering, wordt aangemerkt als loon, dat in die periode over bedoelde dagen is genoten;
b. buiten aanmerking blijven de in die periode gelegen dagen, waarop hij ten gevolge van arbeidsongeschiktheid niet tegen zijn normale loon werkzaam was, benevens het over die dagen genoten loon;
c. het aantal dagen in een kalenderweek wordt geacht niet meer dan 5 te bedragen;
d. onverminderd het bepaalde in onderdeel b, dagen, waarop de belanghebbende niet heeft gewerkt en daarover onverminderd doorbetaling van zijn loon heeft genoten, worden aangemerkt als dagen, waarop de belanghebbende heeft gewerkt.
2. Bij de toepassing van het bepaalde in het eerste lid ten aanzien van de belanghebbende, voor wie bij het intreden van de werkloosheid een regeling tot toepassing van een kortere dan de voor hem normale werktijd geldt, worden de woorden "het intreden van zijn werkloosheid" gelezen als "de invoering van de regeling tot toepassing van een kortere dan de voor hem normale werktijd".
3. Bij de toepassing van het bepaalde in het eerste lid ten aanzien van de belanghebbende, op wie artikel 2 van het Besluit nadere regeling verlies arbeidsuren van toepassing is, worden de woorden "het intreden van zijn werkloosheid" gelezen als "het eerste verlies van arbeidsuren".
4. Het dagloon van de belanghebbende, op wie artikel 3 van het Besluit nadere regeling verlies van arbeidsuren van toepassing is, wordt vastgesteld op het dagloon, dat ten grondslag ligt aan de uitkering ter zake van zijn arbeidsurenverlies waarbij op grond van voormeld artikel een daaropvolgend arbeidsurenverlies wordt samengeteld.
a indien de dienstbetrekking niet voortduurt, een evenredig deel van de vakantietoeslag, alsmede een evenredig deel van de uitkering die het karakter heeft van een 13e maandloon of een eindejaarsuitkering, voorzover de belanghebbende tijdens de duur van het dienstverband tegenover het bevoegd gezag recht had op deze uitkering, wordt aangemerkt als loon, dat in die periode over bedoelde dagen is genoten;
b. buiten aanmerking blijven de in die periode gelegen dagen, waarop hij ten gevolge van arbeidsongeschiktheid niet tegen zijn normale loon werkzaam was, benevens het over die dagen genoten loon;
c. het aantal dagen in een kalenderweek wordt geacht niet meer dan 5 te bedragen;
d. onverminderd het bepaalde in onderdeel b, dagen, waarop de belanghebbende niet heeft gewerkt en daarover onverminderd doorbetaling van zijn loon heeft genoten, worden aangemerkt als dagen, waarop de belanghebbende heeft gewerkt.
2. Bij de toepassing van het bepaalde in het eerste lid ten aanzien van de belanghebbende, voor wie bij het intreden van de werkloosheid een regeling tot toepassing van een kortere dan de voor hem normale werktijd geldt, worden de woorden "het intreden van zijn werkloosheid" gelezen als "de invoering van de regeling tot toepassing van een kortere dan de voor hem normale werktijd".
3. Bij de toepassing van het bepaalde in het eerste lid ten aanzien van de belanghebbende, op wie artikel 2 van het Besluit nadere regeling verlies arbeidsuren van toepassing is, worden de woorden "het intreden van zijn werkloosheid" gelezen als "het eerste verlies van arbeidsuren".
4. Het dagloon van de belanghebbende, op wie artikel 3 van het Besluit nadere regeling verlies van arbeidsuren van toepassing is, wordt vastgesteld op het dagloon, dat ten grondslag ligt aan de uitkering ter zake van zijn arbeidsurenverlies waarbij op grond van voormeld artikel een daaropvolgend arbeidsurenverlies wordt samengeteld.