BWBR0006472
Geldig vanaf 1994-03-01
Artikel 11
Dagloonregelen
1. Met afwijking voor zoveel nodig van het bepaalde in de voorgaande artikelen zijn ten aanzien van de berekening van het dagloon voor de belanghebbende, die na ontslag uit een dienstbetrekking hetzij onmiddellijk, hetzij binnen 6 maanden na de ingang van dat ontslag, opnieuw arbeid in dienstbetrekking heeft aanvaard, de volgende bepalingen van dit artikel van toepassing, tenzij dit ontslag valt binnen de in het derde lid genoemde periode van 30 maanden, welke ingevolge een eerdere toepassing van dat lid ten aanzien van de werknemer in acht moet worden genomen.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. ontslag: iedere beëindiging van een dienstbetrekking;
b. primair ontslag: het in het vorige lid bedoelde ontslag;
c. primaire werkloosheid: de werkloosheid die in onmiddellijke aansluiting aan het primaire ontslag is ontstaan dan wel zou ontstaan, indien de belanghebbende niet onmiddellijk na het ontslag andere arbeid zou hebben aanvaard;
d. primair dagloon: het dagloon, dat voor de belanghebbende zou hebben gegolden, indien de primaire werkloosheid onafgebroken zou hebben voortgeduurd.
3. Indien het dagloon, uitsluitend berekend naar de in het eerste lid bedoelde primaire ontslag aanvaarde arbeid, lager zou zijn dan het primaire dagloon, wordt niettemin gedurende elke door ontslag ontstane werkloosheidsperiode, welke binnen 30 maanden na het primaire ontslag aanvangt, het dagloon vastgesteld op een bedrag, dat niet lager is dan het primaire dagloon.
4. Het in het vorige lid bepaalde geldt niet, indien de primaire werkloosheid een verwijtbare werkloosheid is.
5. De in het eerste lid genoemde termijn van 6 maanden wordt verlengd met in deze periode gelegen perioden van arbeidsongeschiktheid.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. ontslag: iedere beëindiging van een dienstbetrekking;
b. primair ontslag: het in het vorige lid bedoelde ontslag;
c. primaire werkloosheid: de werkloosheid die in onmiddellijke aansluiting aan het primaire ontslag is ontstaan dan wel zou ontstaan, indien de belanghebbende niet onmiddellijk na het ontslag andere arbeid zou hebben aanvaard;
d. primair dagloon: het dagloon, dat voor de belanghebbende zou hebben gegolden, indien de primaire werkloosheid onafgebroken zou hebben voortgeduurd.
3. Indien het dagloon, uitsluitend berekend naar de in het eerste lid bedoelde primaire ontslag aanvaarde arbeid, lager zou zijn dan het primaire dagloon, wordt niettemin gedurende elke door ontslag ontstane werkloosheidsperiode, welke binnen 30 maanden na het primaire ontslag aanvangt, het dagloon vastgesteld op een bedrag, dat niet lager is dan het primaire dagloon.
4. Het in het vorige lid bepaalde geldt niet, indien de primaire werkloosheid een verwijtbare werkloosheid is.
5. De in het eerste lid genoemde termijn van 6 maanden wordt verlengd met in deze periode gelegen perioden van arbeidsongeschiktheid.