BWBR0006294
Geldig vanaf 2001-02-07
Artikel 3
Besluit produktie en handel vers vlees
1. Onverminderd artikel 1, tweede lid, voldoet vlees van gekweekt wild aan de navolgende eisen:
a. het beslag van oorsprong wordt aan een periodieke veterinaire controle onderworpen;
b. er mogen geen beperkingen gelden naar aanleiding van: - het overeenkomstig artikel 11 van richtlijn nr. 91/495/EEG verrichte onderzoek;
- een veterinaire keuring;
- het overeenkomstig artikel 11 van richtlijn nr. 91/495/EEG verrichte onderzoek;
- een veterinaire keuring;
c. de desbetreffende dieren worden op andere tijdstippen geslacht dan runderen, varkens, schapen, paarden en geiten.
2. Indien gekweekt wild niet kan worden vervoerd zonder risico's voor de begeleiders of in verband met het welzijn van de dieren, kan de Voedsel en Waren Autoriteit, in afwijking van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, onder A, punten b. en c., toestaan dat wordt geslacht op de plaats van oorsprong. Deze afwijking kan worden toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- de eigenaar van de dieren dient daartoe een verzoek in bij de Voedsel en Waren Autoriteit onder opgave van het aantal dieren, plaats en de datum waarop de dieren worden geslacht;
- het bedrijf beschikt over een verzamelcentrum van de niet-gedomesticeerde dieren waar het mogelijk is een keuring vóór het slachten van de te slachten groep te verrichten;
- het bedrijf beschikt over een passende ruimte voor het bedwelmen, het steken en het uitbloeden van de dieren;
- het doden door steken en uitbloeden wordt voorafgegaan door bedwelming, overeenkomstig richtlijn 93/119/EG, de Voedsel en Waren Autoriteit mag in bijzondere gevallen doden door middel van de kogel toestaan;
- de gedode en uitgebloede dieren worden onder bevredigende hygiënische omstandigheden, in hangende positie vervoerd naar een overeenkomstig artikel 9 of 10 erkend slachthuis en zulks zo spoedig mogelijk na het doden. Wanneer het wild dat is gedood op de plaats waar het werd gekweekt, niet binnen een uur naar een overeenkomstig artikel 9 of 10 erkend slachthuis kan worden gebracht, wordt het vervoerd in een container of vervoermiddel waarin een temperatuur heerst tussen 0°C en 4°C. Het verwijderen van de ingewanden dient ten laatste drie uur na het bedwelmen plaats te vinden;
- bij het vervoer naar het slachthuis gaan de geslachte dieren vergezeld van een verklaring van de keuringsdierenarts waaruit blijkt dat de keuring voor het slachten een gunstig resultaat heeft opgeleverd, dat het leegbloeden op correcte wijze is geschied en waarin het uur waarop het slachten heeft plaatsgevonden wordt vermeld; deze verklaring stemt overeen met het model in bijlage IV.
a. het beslag van oorsprong wordt aan een periodieke veterinaire controle onderworpen;
b. er mogen geen beperkingen gelden naar aanleiding van: - het overeenkomstig artikel 11 van richtlijn nr. 91/495/EEG verrichte onderzoek;
- een veterinaire keuring;
- het overeenkomstig artikel 11 van richtlijn nr. 91/495/EEG verrichte onderzoek;
- een veterinaire keuring;
c. de desbetreffende dieren worden op andere tijdstippen geslacht dan runderen, varkens, schapen, paarden en geiten.
2. Indien gekweekt wild niet kan worden vervoerd zonder risico's voor de begeleiders of in verband met het welzijn van de dieren, kan de Voedsel en Waren Autoriteit, in afwijking van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, onder A, punten b. en c., toestaan dat wordt geslacht op de plaats van oorsprong. Deze afwijking kan worden toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- de eigenaar van de dieren dient daartoe een verzoek in bij de Voedsel en Waren Autoriteit onder opgave van het aantal dieren, plaats en de datum waarop de dieren worden geslacht;
- het bedrijf beschikt over een verzamelcentrum van de niet-gedomesticeerde dieren waar het mogelijk is een keuring vóór het slachten van de te slachten groep te verrichten;
- het bedrijf beschikt over een passende ruimte voor het bedwelmen, het steken en het uitbloeden van de dieren;
- het doden door steken en uitbloeden wordt voorafgegaan door bedwelming, overeenkomstig richtlijn 93/119/EG, de Voedsel en Waren Autoriteit mag in bijzondere gevallen doden door middel van de kogel toestaan;
- de gedode en uitgebloede dieren worden onder bevredigende hygiënische omstandigheden, in hangende positie vervoerd naar een overeenkomstig artikel 9 of 10 erkend slachthuis en zulks zo spoedig mogelijk na het doden. Wanneer het wild dat is gedood op de plaats waar het werd gekweekt, niet binnen een uur naar een overeenkomstig artikel 9 of 10 erkend slachthuis kan worden gebracht, wordt het vervoerd in een container of vervoermiddel waarin een temperatuur heerst tussen 0°C en 4°C. Het verwijderen van de ingewanden dient ten laatste drie uur na het bedwelmen plaats te vinden;
- bij het vervoer naar het slachthuis gaan de geslachte dieren vergezeld van een verklaring van de keuringsdierenarts waaruit blijkt dat de keuring voor het slachten een gunstig resultaat heeft opgeleverd, dat het leegbloeden op correcte wijze is geschied en waarin het uur waarop het slachten heeft plaatsgevonden wordt vermeld; deze verklaring stemt overeen met het model in bijlage IV.