BWBR0006294
Geldig vanaf 2001-02-07
Artikel 12
Besluit produktie en handel vers vlees
Onze Minister kan ter uitvoering van krachtens artikel 16 van de richtlijn vastgestelde maatregelen:
a. met betrekking tot artikel 2, eerste lid, onder A, punt f, nadere regelen stellen, met name inzake de toekenning van de codenummers en de opstelling van een of meer lijsten aan de hand waarvan de keuringsdierenartsen kunnen worden geïdentificeerd;
b. met betrekking tot artikel 2, eerste lid, onder E, punten b en c, regels stellen inzake de bijzondere waarborgen betreffende de keuring en de verklaring dat is voldaan aan de eisen met betrekking tot de opslag en het vervoer, alsmede de voorwaarden vaststellen voor de afgifte van het certificaat;
c. met betrekking tot artikel 3, eerste lid, onder a en b, nadere regels stellen inzake de uitvoering van de in dat lid bedoelde controle.
d. met betrekking tot artikel 6 nadere regelen stellen;
e. met betrekking tot artikel 7, derde lid, referentiemethoden vaststellen aan de hand waarvan de uitkomsten van de onderzoeken op residuen moeten kunnen worden geëvalueerd, alsmede de referentielaboratoria aanwijzen voor het onderzoek op residuen;
f. met betrekking tot artikel 8 nadere regelen vaststellen inzake de in dat artikel bedoelde bijstand door keurmeesters;
g. met betrekking tot artikel 9, vijfde lid, onder b, de aard en de frequentie van de daar bedoelde controles, alsmede de methoden van monsterneming en bacteriologisch onderzoek vaststellen;
h. artikel 10 van toepassing verklaren op inrichtingen in gebieden met bijzondere geografische beperkingen of voorzieningsmoeilijkheden waar ten hoogste 2000 GVE per jaar worden verwerkt, indien is voldaan aan de onderstaande voorwaarden: 1e. de eigenaar van de inrichting moet op het gebied van de hygiënische produktie een door de inspecteur erkende bijzondere opleiding hebben gevolgd;
2e. de voor de slacht bestemde dieren moeten toebehoren aan de eigenaar van de inrichting of door hem zijn gekocht om aan de behoeften als bedoeld onder 4e te voldoen;
3e. de vleesproduktie moet geschieden in lokalen die zijn gelegen in de inrichting en die voldoen aan de voorschriften van bijlage II;
4e. de vleesproduktie moet beperkt blijven tot de voorziening van de inrichting of tot de directe verkoop ter plaatse aan de verbruiker;
1e. de eigenaar van de inrichting moet op het gebied van de hygiënische produktie een door de inspecteur erkende bijzondere opleiding hebben gevolgd;
2e. de voor de slacht bestemde dieren moeten toebehoren aan de eigenaar van de inrichting of door hem zijn gekocht om aan de behoeften als bedoeld onder 4e te voldoen;
3e. de vleesproduktie moet geschieden in lokalen die zijn gelegen in de inrichting en die voldoen aan de voorschriften van bijlage II;
4e. de vleesproduktie moet beperkt blijven tot de voorziening van de inrichting of tot de directe verkoop ter plaatse aan de verbruiker;
i. artikel 10 van toepassing verklaren op slachthuizen en uitsnijderijen in andere gevallen dan bedoeld onder h.;
j. afwijkende regelen stellen met betrekking tot bijlage I, hoofdstuk II, punt 14, onder c, tweede, derde en vierde streepje, hoofdstuk VIII, punt 42A, onder 2, en hoofdstuk IX, punt 46, onder d;
k. bijzondere erkenningsvoorwaarden stellen voor inrichtingen die in groothandelsmarkten zijn gelegen;
l. regels vaststellen met betrekking tot bijstand aan veterinaire deskundigen van de Commissie van de Europese Gemeenschap.
a. met betrekking tot artikel 2, eerste lid, onder A, punt f, nadere regelen stellen, met name inzake de toekenning van de codenummers en de opstelling van een of meer lijsten aan de hand waarvan de keuringsdierenartsen kunnen worden geïdentificeerd;
b. met betrekking tot artikel 2, eerste lid, onder E, punten b en c, regels stellen inzake de bijzondere waarborgen betreffende de keuring en de verklaring dat is voldaan aan de eisen met betrekking tot de opslag en het vervoer, alsmede de voorwaarden vaststellen voor de afgifte van het certificaat;
c. met betrekking tot artikel 3, eerste lid, onder a en b, nadere regels stellen inzake de uitvoering van de in dat lid bedoelde controle.
d. met betrekking tot artikel 6 nadere regelen stellen;
e. met betrekking tot artikel 7, derde lid, referentiemethoden vaststellen aan de hand waarvan de uitkomsten van de onderzoeken op residuen moeten kunnen worden geëvalueerd, alsmede de referentielaboratoria aanwijzen voor het onderzoek op residuen;
f. met betrekking tot artikel 8 nadere regelen vaststellen inzake de in dat artikel bedoelde bijstand door keurmeesters;
g. met betrekking tot artikel 9, vijfde lid, onder b, de aard en de frequentie van de daar bedoelde controles, alsmede de methoden van monsterneming en bacteriologisch onderzoek vaststellen;
h. artikel 10 van toepassing verklaren op inrichtingen in gebieden met bijzondere geografische beperkingen of voorzieningsmoeilijkheden waar ten hoogste 2000 GVE per jaar worden verwerkt, indien is voldaan aan de onderstaande voorwaarden: 1e. de eigenaar van de inrichting moet op het gebied van de hygiënische produktie een door de inspecteur erkende bijzondere opleiding hebben gevolgd;
2e. de voor de slacht bestemde dieren moeten toebehoren aan de eigenaar van de inrichting of door hem zijn gekocht om aan de behoeften als bedoeld onder 4e te voldoen;
3e. de vleesproduktie moet geschieden in lokalen die zijn gelegen in de inrichting en die voldoen aan de voorschriften van bijlage II;
4e. de vleesproduktie moet beperkt blijven tot de voorziening van de inrichting of tot de directe verkoop ter plaatse aan de verbruiker;
1e. de eigenaar van de inrichting moet op het gebied van de hygiënische produktie een door de inspecteur erkende bijzondere opleiding hebben gevolgd;
2e. de voor de slacht bestemde dieren moeten toebehoren aan de eigenaar van de inrichting of door hem zijn gekocht om aan de behoeften als bedoeld onder 4e te voldoen;
3e. de vleesproduktie moet geschieden in lokalen die zijn gelegen in de inrichting en die voldoen aan de voorschriften van bijlage II;
4e. de vleesproduktie moet beperkt blijven tot de voorziening van de inrichting of tot de directe verkoop ter plaatse aan de verbruiker;
i. artikel 10 van toepassing verklaren op slachthuizen en uitsnijderijen in andere gevallen dan bedoeld onder h.;
j. afwijkende regelen stellen met betrekking tot bijlage I, hoofdstuk II, punt 14, onder c, tweede, derde en vierde streepje, hoofdstuk VIII, punt 42A, onder 2, en hoofdstuk IX, punt 46, onder d;
k. bijzondere erkenningsvoorwaarden stellen voor inrichtingen die in groothandelsmarkten zijn gelegen;
l. regels vaststellen met betrekking tot bijstand aan veterinaire deskundigen van de Commissie van de Europese Gemeenschap.