BWBR0006023
Geldig vanaf 14-12-2010
Artikel 128
Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
1. Indien de Gevolmachtigde Minister de bedoelde wens door tussenkomst van de Voorzitter te kennen geeft, geeft deze hiervan onverwijld kennis aan de Kamer, de Voorzitter van de Eerste Kamer en de Minister van Buitenlandse Zaken. Bij de kennisgeving aan de Kamer en de Voorzitter van de Eerste Kamer doet hij voorts mededeling van het tijdstip van de kennisgeving aan de Minister van Buitenlandse Zaken. Indien de Gevolmachtigde Minister de bedoelde wens te kennen geeft, doet de Voorzitter, zodra hij dit verneemt, hiervan onverwijld mededeling aan de Kamer.
2. Betreft een voorstel, als bedoeld in artikel 125, een verdrag, dat Aruba, Curaçao of Sint Maarten raakt, dan worden de desbetreffende Gevolmachtigde Ministers in de gelegenheid gesteld de mondelinge behandeling van dat voorstel bij te wonen en daarbij zodanige voorlichting aan de Kamer te verstrekken als zij gewenst oordelen.
2. Betreft een voorstel, als bedoeld in artikel 125, een verdrag, dat Aruba, Curaçao of Sint Maarten raakt, dan worden de desbetreffende Gevolmachtigde Ministers in de gelegenheid gesteld de mondelinge behandeling van dat voorstel bij te wonen en daarbij zodanige voorlichting aan de Kamer te verstrekken als zij gewenst oordelen.
- Citeren als
- Art. 128
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006023
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl