BWBR0006023
Geldig vanaf 23-03-2017
Artikel 138
Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
1. De Voorzitter bepaalt de volgorde waarin de onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.
2. Bij het aan de orde komen van een onderwerp wordt het lid dat het onderwerp heeft aangemeld, de vragensteller, eerst voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om over dit onderwerp aan een minister vragen te stellen en een toelichting te geven. De minister wordt voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om de vragen te beantwoorden.
3. De vragensteller krijgt na de beantwoording opnieuw het woord voor ten hoogste twee minuten om aan de minister aanvullende vragen te stellen. De minister wordt voor ten hoogste een minuut per vraag het woord verleend om de vragen te beantwoorden.
4. Vervolgens kan de Voorzitter aan andere leden, ieder voor ten hoogste een halve minuut per vraag, het woord verlenen om aan de minister vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. De minister wordt voor ten hoogste een halve minuut per vraag het woord verleend om de vragen te beantwoorden.
5. Tijdens het vragenuur zijn interrupties niet toegestaan, en kunnen de leden van een fractie gezamenlijk ten hoogste tweemaal, en de leden van een groep gezamenlijk ten hoogste eenmaal, een vraag als bedoeld in het vierde lid stellen.
2. Bij het aan de orde komen van een onderwerp wordt het lid dat het onderwerp heeft aangemeld, de vragensteller, eerst voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om over dit onderwerp aan een minister vragen te stellen en een toelichting te geven. De minister wordt voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om de vragen te beantwoorden.
3. De vragensteller krijgt na de beantwoording opnieuw het woord voor ten hoogste twee minuten om aan de minister aanvullende vragen te stellen. De minister wordt voor ten hoogste een minuut per vraag het woord verleend om de vragen te beantwoorden.
4. Vervolgens kan de Voorzitter aan andere leden, ieder voor ten hoogste een halve minuut per vraag, het woord verlenen om aan de minister vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. De minister wordt voor ten hoogste een halve minuut per vraag het woord verleend om de vragen te beantwoorden.
5. Tijdens het vragenuur zijn interrupties niet toegestaan, en kunnen de leden van een fractie gezamenlijk ten hoogste tweemaal, en de leden van een groep gezamenlijk ten hoogste eenmaal, een vraag als bedoeld in het vierde lid stellen.
- Citeren als
- Art. 138
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006023
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl