BWBR0006023
Geldig vanaf 14-12-2010
Artikel 125
Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
1. Indien de Kamer besluit de bedoelde wens te kennen te geven, doet de Voorzitter hiervan onverwijld mededeling aan de Minister van Buitenlandse Zaken en aan de Voorzitter van de Eerste Kamer. Betreft het een verdrag, dat Aruba, Curaçao of Sint Maarten raakt, dan doet de Voorzitter deze mededeling tevens aan de desbetreffende Gevolmachtigde Ministers.
2. Een voorstel tot het te kennen geven van deze wens moet in een vergadering van de Kamer worden gedaan hetzij door de Voorzitter, hetzij door een van de leden.
3. Verkrijgt zulk een voorstel geen meerderheid, doch verklaren ten minste dertig leden zich daarvoor, dan vindt artikel 127 toepassing.
2. Een voorstel tot het te kennen geven van deze wens moet in een vergadering van de Kamer worden gedaan hetzij door de Voorzitter, hetzij door een van de leden.
3. Verkrijgt zulk een voorstel geen meerderheid, doch verklaren ten minste dertig leden zich daarvoor, dan vindt artikel 127 toepassing.
- Citeren als
- Art. 125
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006023
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl