BWBR0005997
Geldig vanaf 1993-06-01
Artikel 12f
Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten
1. Onverminderd artikel 1 wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan onder:
2. Het binnenbrengen in de Unie en de verspreiding in de Unie van niet-Europese of Europese isolaten van het schadelijke organisme is verboden.
3. Gevoelige planten en gevoelig hout worden slechts op het grondgebied van de Unie binnengebracht indien zij voldoen aan de punten 1a en 2 van bijlage I bij beschikking nr. 2002/757/EG, indien de in de eerste alinea van artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2000/29/EG bedoelde formaliteiten zijn vervuld en indien zij op basis van deze formaliteiten met betrekking tot de aanwezigheid van niet-Europese isolaten van het schadelijke organisme vrij van het schadelijke organisme worden bevonden.
4. Het bepaalde in de punten 1a en 2 van bijlage I bij beschikking nr. 2002/757/EG is slechts van toepassing op, op of na 1 november 2002 verzonden, voor de Unie bestemde gevoelige planten en gevoelig hout van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika.
5. De in deel A, rubriek I, punt 3, van bijlage IV bij richtlijn nr. 2000/29/EGvastgestelde maatregelen ten aanzien van hout van Quercus L., met inbegrip van hout dat niet zijn natuurlijke ronde oppervlakte heeft behouden, van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika, zijn niet van toepassing op gevoelig hout van Quercus L. dat aan de vereisten van punt 2, onder b), van bijlage I bij beschikking nr. 2002/757/EG voldoet.
6. Gevoelige planten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika worden alleen binnen de Unie vervoerd als zij vergezeld gaan van een plantenpaspoort.
7. Met ingang van 1 november 2002 worden voor opplant bestemde planten van Viburnum spp., Camellia spp. en Rhododendron spp., andere dan Rhododendron simsii Planch, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit derde landen, andere dan de Verenigde Staten van Amerika, nadat zij op het grondgebied van de Unie zijn binnengebracht, alleen binnen de Unie vervoerd indien zij vergezeld gaan van een plantenpaspoort.
8. Gevoelige schors van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika wordt niet op het grondgebied van de Unie toegelaten.
9. Voor opplant bestemde planten van Viburnum spp., Camellia spp. en Rhododendron spp., andere dan Rhododendron simsii Planch, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit de Unie, worden niet in het verkeer gebracht, tenzij zij voldoen aan de voorwaarden van punt 3 van bijlage I bij beschikking nr. 2002/757/EG. De producenten van deze planten worden geregistreerd overeenkomstig § 4.
10. In afwijking van de artikelen 12, eerste lid, onder d, en 13, eerste en tweede lid, mag gezaagd hout van Quercus L. dat vrij is van bast, van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika, dat bij een van de GN-codes en omschrijvingen uit Bijlage V, deel B, onder I.6., van Richtlijn 2000/29/EGis ingedeeld, zonder fytosanitair certificaat Nederland worden binnengebracht, mits dergelijk hout voldoet aan de voorwaarden van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2013/780/EU van de Commissie van 18 december 2013 houdende afwijking van artikel 13, lid 1, ii), van Richtlijn 2000/29/EGvan de Raad ten aanzien van gezaagd hout van Quercus L., Platanus L. en Acer saccharum Marsh. dat vrij is van bast, van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika (PbEU 2013, L 346).
11. In afwijking van het derde lid mag gezaagd hout dat vrij is van bast van Quercus spp. L. van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika in de Unie worden binnengebracht zonder te voldoen aan punt 2 van bijlage I bij beschikking nr. 2002/757/EG, mits het voldoet aan de voorwaarden van bijlage II bij beschikking nr. 2002/757/EG.
2. Het binnenbrengen in de Unie en de verspreiding in de Unie van niet-Europese of Europese isolaten van het schadelijke organisme is verboden.
3. Gevoelige planten en gevoelig hout worden slechts op het grondgebied van de Unie binnengebracht indien zij voldoen aan de punten 1a en 2 van bijlage I bij beschikking nr. 2002/757/EG, indien de in de eerste alinea van artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2000/29/EG bedoelde formaliteiten zijn vervuld en indien zij op basis van deze formaliteiten met betrekking tot de aanwezigheid van niet-Europese isolaten van het schadelijke organisme vrij van het schadelijke organisme worden bevonden.
4. Het bepaalde in de punten 1a en 2 van bijlage I bij beschikking nr. 2002/757/EG is slechts van toepassing op, op of na 1 november 2002 verzonden, voor de Unie bestemde gevoelige planten en gevoelig hout van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika.
5. De in deel A, rubriek I, punt 3, van bijlage IV bij richtlijn nr. 2000/29/EGvastgestelde maatregelen ten aanzien van hout van Quercus L., met inbegrip van hout dat niet zijn natuurlijke ronde oppervlakte heeft behouden, van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika, zijn niet van toepassing op gevoelig hout van Quercus L. dat aan de vereisten van punt 2, onder b), van bijlage I bij beschikking nr. 2002/757/EG voldoet.
6. Gevoelige planten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika worden alleen binnen de Unie vervoerd als zij vergezeld gaan van een plantenpaspoort.
7. Met ingang van 1 november 2002 worden voor opplant bestemde planten van Viburnum spp., Camellia spp. en Rhododendron spp., andere dan Rhododendron simsii Planch, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit derde landen, andere dan de Verenigde Staten van Amerika, nadat zij op het grondgebied van de Unie zijn binnengebracht, alleen binnen de Unie vervoerd indien zij vergezeld gaan van een plantenpaspoort.
8. Gevoelige schors van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika wordt niet op het grondgebied van de Unie toegelaten.
9. Voor opplant bestemde planten van Viburnum spp., Camellia spp. en Rhododendron spp., andere dan Rhododendron simsii Planch, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit de Unie, worden niet in het verkeer gebracht, tenzij zij voldoen aan de voorwaarden van punt 3 van bijlage I bij beschikking nr. 2002/757/EG. De producenten van deze planten worden geregistreerd overeenkomstig § 4.
10. In afwijking van de artikelen 12, eerste lid, onder d, en 13, eerste en tweede lid, mag gezaagd hout van Quercus L. dat vrij is van bast, van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika, dat bij een van de GN-codes en omschrijvingen uit Bijlage V, deel B, onder I.6., van Richtlijn 2000/29/EGis ingedeeld, zonder fytosanitair certificaat Nederland worden binnengebracht, mits dergelijk hout voldoet aan de voorwaarden van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2013/780/EU van de Commissie van 18 december 2013 houdende afwijking van artikel 13, lid 1, ii), van Richtlijn 2000/29/EGvan de Raad ten aanzien van gezaagd hout van Quercus L., Platanus L. en Acer saccharum Marsh. dat vrij is van bast, van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika (PbEU 2013, L 346).
11. In afwijking van het derde lid mag gezaagd hout dat vrij is van bast van Quercus spp. L. van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika in de Unie worden binnengebracht zonder te voldoen aan punt 2 van bijlage I bij beschikking nr. 2002/757/EG, mits het voldoet aan de voorwaarden van bijlage II bij beschikking nr. 2002/757/EG.