BWBR0005997
Geldig vanaf 1993-06-01
Artikel 12m
Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. het schadelijke organisme: Phyllosticta citricarpa (McAlpine) Van der Aa, die in Richtlijn 2000/29/EG Guignardia citricarpa Kiely wordt genoemd;
b. vruchten: vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf. en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten van Citrus aurantium L. en Citrus latifolia Tanaka, van oorsprong uit Brazilië, Zuid-Afrika, Uruguay en Argentinië;
c. uitvoeringsbesluit (EU) 2016/715: Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/715 van de Commissie van 11 mei 2016 inzake maatregelen met betrekking tot bepaalde vruchten van oorsprong uit bepaalde derde landen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van het schadelijke organisme Phyllosticta citricarpa (McAlpine) Van der Aa te voorkomen (PbEU 2016, L 125).
2. Vruchten, met uitzondering van vruchten die uitsluitend bestemd zijn voor de industriële verwerking tot sap, mogen slechts in de Unie worden binnengebracht overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 7 van uitvoeringsbesluit (EU) 2016/715.
3. Vruchten, uitsluitend bestemd voor industriële verwerking tot sap, mogen in de Unie worden binnengebracht, vervoerd, opgeslagen en verwerkt overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 17 van uitvoeringsbesluit (EU) 2016/715.
4. Vruchten als bedoeld in het derde lid worden binnengebracht in Rotterdam en Vlissingen.
5. Een importeur stelt overeenkomstig artikel 13 van uitvoeringsbesluit (EU) 2016/715 de verantwoordelijke officiële instantie van de plaats van binnenkomst voldoende van te voren in kennis van zijn intentie om vruchten, bedoeld in het derde lid, binnen te brengen.
6. Een verwerker van vruchten tot sap stelt de verantwoordelijke officiële instantie voldoende van te voren in kennis van het vervoer van de vruchten van de plaats van binnenkomst naar de verwerkingslocatie of opslaglocatie en van de opslaglocatie naar de verwerkingslocatie.
7. De minister verleent op verzoek een erkenning voor de verwerkingslocatie of opslaglocatie van vruchten, bedoeld in het derde lid.
8. De afvalstoffen en bijproducten die overblijven na verwerking worden gebruikt of vernietigd overeenkomstig artikel 15 van uitvoeringsbesluit (EU) 2016/715.
9. Een wijziging van uitvoeringsbesluit (EU) 2016/715 gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven.
a. het schadelijke organisme: Phyllosticta citricarpa (McAlpine) Van der Aa, die in Richtlijn 2000/29/EG Guignardia citricarpa Kiely wordt genoemd;
b. vruchten: vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf. en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten van Citrus aurantium L. en Citrus latifolia Tanaka, van oorsprong uit Brazilië, Zuid-Afrika, Uruguay en Argentinië;
c. uitvoeringsbesluit (EU) 2016/715: Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/715 van de Commissie van 11 mei 2016 inzake maatregelen met betrekking tot bepaalde vruchten van oorsprong uit bepaalde derde landen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van het schadelijke organisme Phyllosticta citricarpa (McAlpine) Van der Aa te voorkomen (PbEU 2016, L 125).
2. Vruchten, met uitzondering van vruchten die uitsluitend bestemd zijn voor de industriële verwerking tot sap, mogen slechts in de Unie worden binnengebracht overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 7 van uitvoeringsbesluit (EU) 2016/715.
3. Vruchten, uitsluitend bestemd voor industriële verwerking tot sap, mogen in de Unie worden binnengebracht, vervoerd, opgeslagen en verwerkt overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 17 van uitvoeringsbesluit (EU) 2016/715.
4. Vruchten als bedoeld in het derde lid worden binnengebracht in Rotterdam en Vlissingen.
5. Een importeur stelt overeenkomstig artikel 13 van uitvoeringsbesluit (EU) 2016/715 de verantwoordelijke officiële instantie van de plaats van binnenkomst voldoende van te voren in kennis van zijn intentie om vruchten, bedoeld in het derde lid, binnen te brengen.
6. Een verwerker van vruchten tot sap stelt de verantwoordelijke officiële instantie voldoende van te voren in kennis van het vervoer van de vruchten van de plaats van binnenkomst naar de verwerkingslocatie of opslaglocatie en van de opslaglocatie naar de verwerkingslocatie.
7. De minister verleent op verzoek een erkenning voor de verwerkingslocatie of opslaglocatie van vruchten, bedoeld in het derde lid.
8. De afvalstoffen en bijproducten die overblijven na verwerking worden gebruikt of vernietigd overeenkomstig artikel 15 van uitvoeringsbesluit (EU) 2016/715.
9. Een wijziging van uitvoeringsbesluit (EU) 2016/715 gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven.