BWBR0005997
Geldig vanaf 1993-06-01
Artikel 12
Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten
1. Onverminderd artikel 134, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie worden planten, plantaardige producten of andere materialen, van herkomst uit een derde land en genoemd in bijlage V, deel B, van richtlijn nr. 2000/29/EGonder één van de douaneregelingen, vermeld in artikel 5, zestiende lid, onderdelen a en b, van het Douanewetboek van de Unie geplaatst als deze voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. de planten, plantaardige producten of andere materialen zijn, blijkens onderzoek, niet besmet met in bijlage I, deel A, bij richtlijn nr. 2000/29/EG genoemde schadelijke organismen;
b. de planten en plantaardige producten zijn, blijkens onderzoek, niet besmet met in bijlage II, deel A, bij richtlijn nr. 2000/29/EG genoemde schadelijke organismen;
c. de planten, plantaardige producten of andere materialen, blijkens onderzoek, voldoen aan de eisen genoemd in bijlage IV, deel A;
d. de planten, plantaardige producten of ander materialen gaan, blijkens onderzoek, vergezeld van een fytosanitair certificaat of een fytosanitair certificaat voor wederuitvoer als bedoeld in artikel 13
2. Indien de zending bestemd is voor een beschermd gebied, dan is het eerste lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat het onderzoek zich tevens richt op de in deel B van bijlagen I, II en IV bij richtlijn 2000/29/EGgenoemde schadelijke organismen en bijzondere eisen.
3. Controle op de identiteit van de zending, alsmede op het inachtnemen van artikel 10, tweede lid, artikel 11, tweede lid, en artikel 13wordt uitgevoerd op het tijdstip dat de zending wordt ingevoerd.
4. De controles van de documenten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, worden afgewikkeld op de plaats van binnenkomst.
5. De controles van de identiteit en de fytosanitaire controles, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c en het tweede lid, worden uitgevoerd op de plaats van binnenkomst of op een andere dichtbij gelegen plaats die door de douaneautoriteiten en door de minister is erkend overeenkomstig richtlijn nr. 2004/103/EG.
6. In afwijking van het vijfde lid kunnen de controles van de identiteit en de fytosanitaire controles, als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c en het tweede lid, worden uitgevoerd op de plaats van bestemming die door de douaneautoriteiten en door de minister is erkend overeenkomstig richtlijn nr. 2004/103/EG.
7. In afwijking van het vijfde lid kunnen, in het geval van douanevervoer van niet-communautaire goederen de controles van de identiteit en de fytosanitaire controles, als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c en het tweede lid, worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 13 quater, tweede lid, onderdeel c, van richtlijn nr. 2000/29/EGen overeenkomstig richtlijn nr. 2004/103/EG.
8. De minister erkent de plaats als bedoeld in het vijfde tot en met zevende lid.
9. Een aanvraag tot erkenning wordt ingediend bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
10. De zending wordt op de plaats van onderzoek bijeen en duidelijk afgescheiden van andere planten en de grond gehouden totdat de minister schriftelijk heeft verklaard, dat dit niet meer wordt verlangd.
11. Onverminderd het eerste lid, onderdeel d, is dit artikel is tevens van toepassing op planten, plantaardige producten of andere materialen, van herkomst uit een derde land en genoemd in bijlage V, deel B, van richtlijn nr. 2000/29/EGdie onder één van de douanebestemmingen, vermeld in artikel 4, vijftiende lid, onderdelen b, c, d, en e of onder een van de douaneregelingen vermeld in artikel 4, zestiende lid, onderdelen b en c van het communautair douanewetboek worden geplaatst indien er gevaar voor verspreiding van schadelijke organismen bestaat.
12. In afwijking van het eerste lid kan voor een deel van de zendingen, overeenkomstig een door de Commissie genomen besluit, afkomstig uit derde landen de vrijgave als bedoeld in het tiende lid worden afgeven na het uitvoeren van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onder d.
13. Dit artikel is niet van toepassing bij doorvoer en het binnenbrengen in de Gemeenschap van planten, plantaardige producten of andere materialen welke zonder enige wijziging in hun douanestatus via het grondgebied van een derde land worden overgebracht van een plaats in de gemeenschap naar een andere plaats in de Gemeenschap.
a. de planten, plantaardige producten of andere materialen zijn, blijkens onderzoek, niet besmet met in bijlage I, deel A, bij richtlijn nr. 2000/29/EG genoemde schadelijke organismen;
b. de planten en plantaardige producten zijn, blijkens onderzoek, niet besmet met in bijlage II, deel A, bij richtlijn nr. 2000/29/EG genoemde schadelijke organismen;
c. de planten, plantaardige producten of andere materialen, blijkens onderzoek, voldoen aan de eisen genoemd in bijlage IV, deel A;
d. de planten, plantaardige producten of ander materialen gaan, blijkens onderzoek, vergezeld van een fytosanitair certificaat of een fytosanitair certificaat voor wederuitvoer als bedoeld in artikel 13
2. Indien de zending bestemd is voor een beschermd gebied, dan is het eerste lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat het onderzoek zich tevens richt op de in deel B van bijlagen I, II en IV bij richtlijn 2000/29/EGgenoemde schadelijke organismen en bijzondere eisen.
3. Controle op de identiteit van de zending, alsmede op het inachtnemen van artikel 10, tweede lid, artikel 11, tweede lid, en artikel 13wordt uitgevoerd op het tijdstip dat de zending wordt ingevoerd.
4. De controles van de documenten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, worden afgewikkeld op de plaats van binnenkomst.
5. De controles van de identiteit en de fytosanitaire controles, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c en het tweede lid, worden uitgevoerd op de plaats van binnenkomst of op een andere dichtbij gelegen plaats die door de douaneautoriteiten en door de minister is erkend overeenkomstig richtlijn nr. 2004/103/EG.
6. In afwijking van het vijfde lid kunnen de controles van de identiteit en de fytosanitaire controles, als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c en het tweede lid, worden uitgevoerd op de plaats van bestemming die door de douaneautoriteiten en door de minister is erkend overeenkomstig richtlijn nr. 2004/103/EG.
7. In afwijking van het vijfde lid kunnen, in het geval van douanevervoer van niet-communautaire goederen de controles van de identiteit en de fytosanitaire controles, als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c en het tweede lid, worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 13 quater, tweede lid, onderdeel c, van richtlijn nr. 2000/29/EGen overeenkomstig richtlijn nr. 2004/103/EG.
8. De minister erkent de plaats als bedoeld in het vijfde tot en met zevende lid.
9. Een aanvraag tot erkenning wordt ingediend bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
10. De zending wordt op de plaats van onderzoek bijeen en duidelijk afgescheiden van andere planten en de grond gehouden totdat de minister schriftelijk heeft verklaard, dat dit niet meer wordt verlangd.
11. Onverminderd het eerste lid, onderdeel d, is dit artikel is tevens van toepassing op planten, plantaardige producten of andere materialen, van herkomst uit een derde land en genoemd in bijlage V, deel B, van richtlijn nr. 2000/29/EGdie onder één van de douanebestemmingen, vermeld in artikel 4, vijftiende lid, onderdelen b, c, d, en e of onder een van de douaneregelingen vermeld in artikel 4, zestiende lid, onderdelen b en c van het communautair douanewetboek worden geplaatst indien er gevaar voor verspreiding van schadelijke organismen bestaat.
12. In afwijking van het eerste lid kan voor een deel van de zendingen, overeenkomstig een door de Commissie genomen besluit, afkomstig uit derde landen de vrijgave als bedoeld in het tiende lid worden afgeven na het uitvoeren van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onder d.
13. Dit artikel is niet van toepassing bij doorvoer en het binnenbrengen in de Gemeenschap van planten, plantaardige producten of andere materialen welke zonder enige wijziging in hun douanestatus via het grondgebied van een derde land worden overgebracht van een plaats in de gemeenschap naar een andere plaats in de Gemeenschap.