BWBR0005662
Geldig vanaf 2010-03-25
Artikel 86
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
1. Uit het Diergezondheidsfonds wordt aan de eigenaar een tegemoetkoming in de schade uitgekeerd, indien:
a. dieren krachtens het bepaalde in artikel 22, eerste lid, onderdeel f, worden gedood;
b. produkten en voorwerpen krachtens het bepaalde in artikel 22, eerste lid, onderdeel g, onschadelijk worden gemaakt;
c. maatregelen krachtens het bepaalde in artikel 22, tweede lid, onderdeel f en g, zijn toegepast.
2. De tegemoetkoming in de schade bedraagt:
a. voor verdachte dieren: de waarde in gezonde toestand,
b. voor zieke dieren: het bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gedeelte van de waarde in gezonde toestand,
c. voor produkten en voorwerpen: de waarde op het moment van de maatregel,
met dien verstande dat indien voor de vaststelling van de waarde van bepaalde dieren, producten of voorwerpen bij of krachtens de artikelen 87a, 87ben 87cregels zijn gesteld, de waarde van die dieren, producten of voorwerpen overeenkomstig die regels wordt vastgesteld.
3. Aan de toekenning van een tegemoetkoming kunnen door Onze Minister voorwaarden worden verbonden welke betrekking kunnen hebben op:
a. de inrichting van het bedrijf;
b. de hygiëne op het bedrijf;
c. de herbevolking van het bedrijf;
d. de bedrijfsbegeleiding door een dierenarts;
e. op het bedrijf te nemen preventieve maatregelen;
en voor zover, de eigenaar niet bedrijfsmatig dieren houdt:
a. de inrichting van de verblijfsruimten voor dieren;
b. de hygiëne in de verblijfsruimten voor dieren;
c. de herbevolking van de verblijfsruimten voor dieren;
d. de te nemen preventieve maatregelen.
4. Onze Minister kan de uitbetaling van de tegemoetkoming opschorten totdat aan de ingevolge het derde lid gestelde voorwaarden is voldaan, dan wel aan degene aan wie de tegemoetkoming is toegekend, de verplichting opleggen zekerheid te stellen voor de juiste nakoming van de krachtens dat lid gestelde voorwaarden.
5. Onze Minister kan bepalen, dat in afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, geen tegemoetkoming wordt toegekend, dan wel dat de tegemoetkoming op een geringer bedrag wordt bepaald, voor zover het optreden van de besmettelijke ziekte mede aan betrokkene te wijten is.
6. Een zelfde bevoegdheid heeft Onze Minister indien wordt vastgesteld dat de eigenaar aan zijn krachtens artikel 4of krachtens de artikelen 91b tot en met 91hopgelegde verplichtingen niet of niet volledig heeft voldaan.
7. Onze Minister kan het bedrag van de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk terugvorderen, indien aan de aan deze tegemoetkoming krachtens het derde lid gestelde voorwaarden niet of niet ten volle is voldaan.
8. Op een tegemoetkoming in de schade voor dieren, producten of voorwerpen die zijn gedood of onschadelijk gemaakt als bedoeld in het eerste lid wordt de eventuele opbrengst van die dieren, producten of voorwerpen in mindering gebracht.
a. dieren krachtens het bepaalde in artikel 22, eerste lid, onderdeel f, worden gedood;
b. produkten en voorwerpen krachtens het bepaalde in artikel 22, eerste lid, onderdeel g, onschadelijk worden gemaakt;
c. maatregelen krachtens het bepaalde in artikel 22, tweede lid, onderdeel f en g, zijn toegepast.
2. De tegemoetkoming in de schade bedraagt:
a. voor verdachte dieren: de waarde in gezonde toestand,
b. voor zieke dieren: het bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gedeelte van de waarde in gezonde toestand,
c. voor produkten en voorwerpen: de waarde op het moment van de maatregel,
met dien verstande dat indien voor de vaststelling van de waarde van bepaalde dieren, producten of voorwerpen bij of krachtens de artikelen 87a, 87ben 87cregels zijn gesteld, de waarde van die dieren, producten of voorwerpen overeenkomstig die regels wordt vastgesteld.
3. Aan de toekenning van een tegemoetkoming kunnen door Onze Minister voorwaarden worden verbonden welke betrekking kunnen hebben op:
a. de inrichting van het bedrijf;
b. de hygiëne op het bedrijf;
c. de herbevolking van het bedrijf;
d. de bedrijfsbegeleiding door een dierenarts;
e. op het bedrijf te nemen preventieve maatregelen;
en voor zover, de eigenaar niet bedrijfsmatig dieren houdt:
a. de inrichting van de verblijfsruimten voor dieren;
b. de hygiëne in de verblijfsruimten voor dieren;
c. de herbevolking van de verblijfsruimten voor dieren;
d. de te nemen preventieve maatregelen.
4. Onze Minister kan de uitbetaling van de tegemoetkoming opschorten totdat aan de ingevolge het derde lid gestelde voorwaarden is voldaan, dan wel aan degene aan wie de tegemoetkoming is toegekend, de verplichting opleggen zekerheid te stellen voor de juiste nakoming van de krachtens dat lid gestelde voorwaarden.
5. Onze Minister kan bepalen, dat in afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, geen tegemoetkoming wordt toegekend, dan wel dat de tegemoetkoming op een geringer bedrag wordt bepaald, voor zover het optreden van de besmettelijke ziekte mede aan betrokkene te wijten is.
6. Een zelfde bevoegdheid heeft Onze Minister indien wordt vastgesteld dat de eigenaar aan zijn krachtens artikel 4of krachtens de artikelen 91b tot en met 91hopgelegde verplichtingen niet of niet volledig heeft voldaan.
7. Onze Minister kan het bedrag van de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk terugvorderen, indien aan de aan deze tegemoetkoming krachtens het derde lid gestelde voorwaarden niet of niet ten volle is voldaan.
8. Op een tegemoetkoming in de schade voor dieren, producten of voorwerpen die zijn gedood of onschadelijk gemaakt als bedoeld in het eerste lid wordt de eventuele opbrengst van die dieren, producten of voorwerpen in mindering gebracht.