BWBR0005662
Geldig vanaf 2010-03-25
Artikel 47
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
1. Een huisvestingssysteem wordt slechts toegelaten indien op grond van de door de aanvrager overgelegde gegevens met redelijke zekerheid mag worden aangenomen dat het systeem geen schadelijke effecten heeft op het welzijn van dieren waarvoor het bestemd is, in een mate die niet aanvaardbaar is. Bij het bepalen van de mate van aanvaardbaarheid wordt mede rekening gehouden met de uit het betrokken huisvestingssysteem voortvloeiende gevolgen voor andere belangen dan het welzijn van dieren.
2. Over de toelating van een huisvestingssysteem beslist Onze Minister op aanvraag van de fabrikant, de importeur of een handelaar, gehoord de Commissie toelating huisvestingssystemen landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 50.
3. Een aanvraag voor een toelating dient in ieder geval vergezeld te gaan van een door of vanwege de aanvrager opgestelde rapportage ter zake van dat huisvestingssysteem over de effecten op het welzijn van dieren waarvoor het bestemd is.
4. Een rapportage als bedoeld in het derde lid dient te zijn opgesteld in de Nederlandse taal en bevat in ieder geval:
a. een specifieke beschrijving van het huisvestingssysteem, waarvan onder meer deel uitmaakt een beschrijving van: - de afmetingen en uitvoeringen van kooien, hokken en stallen alsmede hun vormgeving;
- de aard van de wanden en van het vloer- en grondoppervlak van kooien, hokken en stallen, in het bijzonder de daarvoor te gebruiken materialen;
- de inrichting van kooien, hokken en stallen, in het bijzonder de daarin aan te brengen voeder- en drinkwatervoorzieningen alsook voorzieningen die het voor het dier mogelijk maken soorteigen gedrag te ontplooien;
- de verlichting, luchtverversing en verwarming van kooien, hokken en stallen;
- de aanwezigheid en de aard van afrasteringen;
- de afmetingen en uitvoeringen van kooien, hokken en stallen alsmede hun vormgeving;
- de aard van de wanden en van het vloer- en grondoppervlak van kooien, hokken en stallen, in het bijzonder de daarvoor te gebruiken materialen;
- de inrichting van kooien, hokken en stallen, in het bijzonder de daarin aan te brengen voeder- en drinkwatervoorzieningen alsook voorzieningen die het voor het dier mogelijk maken soorteigen gedrag te ontplooien;
- de verlichting, luchtverversing en verwarming van kooien, hokken en stallen;
- de aanwezigheid en de aard van afrasteringen;
b. een specifieke beschrijving van de gevolgen van het huisvestingssysteem voor het welzijn van dieren waarvoor het bestemd is.
5. Onze Minister stelt regelen omtrent de behandeling van een aanvraag. Daarbij kan onder meer worden bepaald:
a. dat een aanvraag eerst in behandeling wordt genomen nadat een daarvoor vastgesteld bedrag is voldaan;
b. welke kosten van het onderzoek, voortvloeiend uit een aanvraag, ten laste van de aanvrager worden gebracht;
c. welke gegevens naast die als bedoeld in het vierde lid dienen te worden overgelegd;
d. in welke gevallen een aanvraag voor een toelating niet ontvankelijk wordt verklaard.
6. Aan een toelating kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kan onder beperkingen worden verleend.
2. Over de toelating van een huisvestingssysteem beslist Onze Minister op aanvraag van de fabrikant, de importeur of een handelaar, gehoord de Commissie toelating huisvestingssystemen landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 50.
3. Een aanvraag voor een toelating dient in ieder geval vergezeld te gaan van een door of vanwege de aanvrager opgestelde rapportage ter zake van dat huisvestingssysteem over de effecten op het welzijn van dieren waarvoor het bestemd is.
4. Een rapportage als bedoeld in het derde lid dient te zijn opgesteld in de Nederlandse taal en bevat in ieder geval:
a. een specifieke beschrijving van het huisvestingssysteem, waarvan onder meer deel uitmaakt een beschrijving van: - de afmetingen en uitvoeringen van kooien, hokken en stallen alsmede hun vormgeving;
- de aard van de wanden en van het vloer- en grondoppervlak van kooien, hokken en stallen, in het bijzonder de daarvoor te gebruiken materialen;
- de inrichting van kooien, hokken en stallen, in het bijzonder de daarin aan te brengen voeder- en drinkwatervoorzieningen alsook voorzieningen die het voor het dier mogelijk maken soorteigen gedrag te ontplooien;
- de verlichting, luchtverversing en verwarming van kooien, hokken en stallen;
- de aanwezigheid en de aard van afrasteringen;
- de afmetingen en uitvoeringen van kooien, hokken en stallen alsmede hun vormgeving;
- de aard van de wanden en van het vloer- en grondoppervlak van kooien, hokken en stallen, in het bijzonder de daarvoor te gebruiken materialen;
- de inrichting van kooien, hokken en stallen, in het bijzonder de daarin aan te brengen voeder- en drinkwatervoorzieningen alsook voorzieningen die het voor het dier mogelijk maken soorteigen gedrag te ontplooien;
- de verlichting, luchtverversing en verwarming van kooien, hokken en stallen;
- de aanwezigheid en de aard van afrasteringen;
b. een specifieke beschrijving van de gevolgen van het huisvestingssysteem voor het welzijn van dieren waarvoor het bestemd is.
5. Onze Minister stelt regelen omtrent de behandeling van een aanvraag. Daarbij kan onder meer worden bepaald:
a. dat een aanvraag eerst in behandeling wordt genomen nadat een daarvoor vastgesteld bedrag is voldaan;
b. welke kosten van het onderzoek, voortvloeiend uit een aanvraag, ten laste van de aanvrager worden gebracht;
c. welke gegevens naast die als bedoeld in het vierde lid dienen te worden overgelegd;
d. in welke gevallen een aanvraag voor een toelating niet ontvankelijk wordt verklaard.
6. Aan een toelating kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kan onder beperkingen worden verleend.