BWBR0005662
Geldig vanaf 2010-03-25
Artikel 91k
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
1. Onverminderd artikel 91jen het derde lid wordt een tarief voor het houden van een diersoort of diercategorie vastgesteld op basis van:
a. een raming van de kosten, bedoeld in artikel 91b, voor de desbetreffende diersoort of diercategorie, in het kalenderjaar of deel van het kalenderjaar waarvoor het tarief wordt vastgesteld;
b. de benodigde middelen om in het Diergezondheidsfonds een reserve aan te houden;
c. uitgaven van het Diergezondheidsfonds, voor zover die uitgaven niet gedekt zijn door de opbrengsten van de diergezondheidsheffing, bedoeld in artikel 95b, onderdeel a, in het tweede tot en met zesde kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor het tarief voor het houden van een diersoort of diercategorie wordt vastgesteld;
d. het vastgestelde overschot of tekort bij de definitieve vaststelling van door de Europese Unie beschikbaar gestelde middelen ten opzichte van de door de Europese Unie voorlopig beschikbaar gestelde middelen voor de desbetreffende diersoort of diercategorie;
e. een schatting van het aantal dieren of andere eenheden dat de grondslag vormt voor de heffing.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen c en d:
a. wordt bij de heffing ten behoeve van de uitgaven, gedaan in een bepaalde periode, het voor die periode bepaalde bedrag, bedoeld in artikel 91j, toegepast, ook als die heffingen niet in die periode worden geheven;
b. worden uitsluitend de overschotten en tekorten uit de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde periode, die niet bij een eerdere tariefvaststelling waren betrokken, meegerekend.
3. De omvang van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde reserve wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald en bedraagt voor elke krachtens artikel 91jbepaalde periode ten hoogste 40 procent van het krachtens het eerste lid van dat artikel voor de desbetreffende periode en de desbetreffende diersoort of combinatie van diersoorten bepaalde bedrag.
4. De uitgaven bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden zo spoedig mogelijk en gedurende ten hoogste acht kalenderjaren, in de tarieven verwerkt.
5. Bij de vaststelling van een tarief ten behoeve van de invoering van de diergezondheidsheffing voor een andere diersoort als bedoeld in de artikel 91c, tweede lid, of artikel 91d, tweede lid, dan wel een andere handeling als bedoeld in artikel 91g, derde lid, en bij de wijziging van een dergelijk tarief, worden bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, slechts de uitgaven in aanmerking genomen die zijn gedaan na de datum van de invoering van de desbetreffende heffing.
6. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, worden alleen uitgaven van het Diergezondheidsfonds, die zijn gedaan na 1 januari 2015, en voor zover die niet gedekt zijn door ontvangsten als bedoeld in artikel 95b, onderdeel a, in aanmerking genomen.
a. een raming van de kosten, bedoeld in artikel 91b, voor de desbetreffende diersoort of diercategorie, in het kalenderjaar of deel van het kalenderjaar waarvoor het tarief wordt vastgesteld;
b. de benodigde middelen om in het Diergezondheidsfonds een reserve aan te houden;
c. uitgaven van het Diergezondheidsfonds, voor zover die uitgaven niet gedekt zijn door de opbrengsten van de diergezondheidsheffing, bedoeld in artikel 95b, onderdeel a, in het tweede tot en met zesde kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor het tarief voor het houden van een diersoort of diercategorie wordt vastgesteld;
d. het vastgestelde overschot of tekort bij de definitieve vaststelling van door de Europese Unie beschikbaar gestelde middelen ten opzichte van de door de Europese Unie voorlopig beschikbaar gestelde middelen voor de desbetreffende diersoort of diercategorie;
e. een schatting van het aantal dieren of andere eenheden dat de grondslag vormt voor de heffing.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen c en d:
a. wordt bij de heffing ten behoeve van de uitgaven, gedaan in een bepaalde periode, het voor die periode bepaalde bedrag, bedoeld in artikel 91j, toegepast, ook als die heffingen niet in die periode worden geheven;
b. worden uitsluitend de overschotten en tekorten uit de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde periode, die niet bij een eerdere tariefvaststelling waren betrokken, meegerekend.
3. De omvang van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde reserve wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald en bedraagt voor elke krachtens artikel 91jbepaalde periode ten hoogste 40 procent van het krachtens het eerste lid van dat artikel voor de desbetreffende periode en de desbetreffende diersoort of combinatie van diersoorten bepaalde bedrag.
4. De uitgaven bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden zo spoedig mogelijk en gedurende ten hoogste acht kalenderjaren, in de tarieven verwerkt.
5. Bij de vaststelling van een tarief ten behoeve van de invoering van de diergezondheidsheffing voor een andere diersoort als bedoeld in de artikel 91c, tweede lid, of artikel 91d, tweede lid, dan wel een andere handeling als bedoeld in artikel 91g, derde lid, en bij de wijziging van een dergelijk tarief, worden bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, slechts de uitgaven in aanmerking genomen die zijn gedaan na de datum van de invoering van de desbetreffende heffing.
6. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, worden alleen uitgaven van het Diergezondheidsfonds, die zijn gedaan na 1 januari 2015, en voor zover die niet gedekt zijn door ontvangsten als bedoeld in artikel 95b, onderdeel a, in aanmerking genomen.