BWBR0005545
Geldig vanaf 2005-03-21
Artikel 20i
Regeling benoemingseisen examencommissieleden
Tot lid van de commissie voor de module-examens, bedoeld in artikel 2, van het Examenreglement duikploegleider 2004, kan worden benoemd degene die:
a. beschikt over ten minste het diploma onderbrandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement onderbrandmeester, of een daaraan gelijkwaardig diploma;
b. in het bezit is van een geldig rijksdiploma brandweerduiker;
c. aangesteld is in ten minste de rang van onderbrandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d van het Besluit brandweerpersoneel of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
d. in het bezit is van 1°. het certificaat instructeur-duiker van de Stichting Brandweeropleiding in Nederland of van het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding, of
2°. een erkenning tot instructeur-duiker die afgegeven is door de hoofdinspecteur van het brandweerwezen, of
3°. een certificaat specialisatie instructeur duiken afgegeven door het Nederlands bureau brandweerexamens;
1°. het certificaat instructeur-duiker van de Stichting Brandweeropleiding in Nederland of van het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding, of
2°. een erkenning tot instructeur-duiker die afgegeven is door de hoofdinspecteur van het brandweerwezen, of
3°. een certificaat specialisatie instructeur duiken afgegeven door het Nederlands bureau brandweerexamens;
e. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden; en
f. ten minste drie jaar operationeel leiding heeft gegeven aan een duikploeg.
a. beschikt over ten minste het diploma onderbrandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement onderbrandmeester, of een daaraan gelijkwaardig diploma;
b. in het bezit is van een geldig rijksdiploma brandweerduiker;
c. aangesteld is in ten minste de rang van onderbrandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d van het Besluit brandweerpersoneel of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
d. in het bezit is van 1°. het certificaat instructeur-duiker van de Stichting Brandweeropleiding in Nederland of van het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding, of
2°. een erkenning tot instructeur-duiker die afgegeven is door de hoofdinspecteur van het brandweerwezen, of
3°. een certificaat specialisatie instructeur duiken afgegeven door het Nederlands bureau brandweerexamens;
1°. het certificaat instructeur-duiker van de Stichting Brandweeropleiding in Nederland of van het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding, of
2°. een erkenning tot instructeur-duiker die afgegeven is door de hoofdinspecteur van het brandweerwezen, of
3°. een certificaat specialisatie instructeur duiken afgegeven door het Nederlands bureau brandweerexamens;
e. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden; en
f. ten minste drie jaar operationeel leiding heeft gegeven aan een duikploeg.