De leden van de commissie voor het module-examen basisrepressie commandeur, bedoeld in
artikel 10 van het Examenreglement commandeur 1998:
a. 1º. beschikken over ten minste het diploma hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993, of een daaraan gelijkwaardig diploma;
2º. zijn aangesteld in ten minste de rang van hoofdbrandmeester eerste klasse, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
3º. hebben ten minste drie jaar ervaring in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden, en
4º. hebben binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de module repressie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993, les gegeven of
1º. beschikken over ten minste het diploma hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993, of een daaraan gelijkwaardig diploma;
2º. zijn aangesteld in ten minste de rang van hoofdbrandmeester eerste klasse, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
3º. hebben ten minste drie jaar ervaring in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden, en
4º. hebben binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de module repressie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993, les gegeven of
b. hebben ten minste drie jaar ervaring in het geven van instructie op het terrein van de module repressie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden, en beschikken over: 1º. een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet, of
2º. een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur gelijkwaardig is aan een getuigschrift als bedoeld onder 1°.
1º. een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet, of
2º. een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur gelijkwaardig is aan een getuigschrift als bedoeld onder 1°.