BWBR0005545
Geldig vanaf 2005-03-21
Artikel 20d
Regeling benoemingseisen examencommissieleden
Tot lid van de commissie voor de module-examens, bedoeld in artikel 2, van het Examenreglement brandweerchauffeur 1997, kan worden benoemd degene die:
a. 1º beschikt over ten minste het diploma hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht, of een daaraan gelijkwaardig diploma;
2º aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandwacht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
3º in het bezit is van het geldig instructeurscertificaat B of C, bedoeld in artikel 7 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993;
4º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar is gegeven; en
5º binnen twee jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer de te examineren module heeft onderwezen; dan wel
1º beschikt over ten minste het diploma hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht, of een daaraan gelijkwaardig diploma;
2º aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandwacht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
3º in het bezit is van het geldig instructeurscertificaat B of C, bedoeld in artikel 7 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993;
4º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar is gegeven; en
5º binnen twee jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer de te examineren module heeft onderwezen; dan wel
b. 1º in het bezit is van het geldig instructeurscertificaat B of C, bedoeld in artikel 7 van de Wet rijonderricht motorvoertuigen 1993;
2º aangesloten is bij de BOVAG;
3º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar is gegeven; en
4º binnen twee jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer de te examineren module heeft onderwezen.
1º in het bezit is van het geldig instructeurscertificaat B of C, bedoeld in artikel 7 van de Wet rijonderricht motorvoertuigen 1993;
2º aangesloten is bij de BOVAG;
3º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar is gegeven; en
4º binnen twee jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer de te examineren module heeft onderwezen.
a. 1º beschikt over ten minste het diploma hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht, of een daaraan gelijkwaardig diploma;
2º aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandwacht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
3º in het bezit is van het geldig instructeurscertificaat B of C, bedoeld in artikel 7 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993;
4º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar is gegeven; en
5º binnen twee jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer de te examineren module heeft onderwezen; dan wel
1º beschikt over ten minste het diploma hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht, of een daaraan gelijkwaardig diploma;
2º aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandwacht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
3º in het bezit is van het geldig instructeurscertificaat B of C, bedoeld in artikel 7 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993;
4º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar is gegeven; en
5º binnen twee jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer de te examineren module heeft onderwezen; dan wel
b. 1º in het bezit is van het geldig instructeurscertificaat B of C, bedoeld in artikel 7 van de Wet rijonderricht motorvoertuigen 1993;
2º aangesloten is bij de BOVAG;
3º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar is gegeven; en
4º binnen twee jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer de te examineren module heeft onderwezen.
1º in het bezit is van het geldig instructeurscertificaat B of C, bedoeld in artikel 7 van de Wet rijonderricht motorvoertuigen 1993;
2º aangesloten is bij de BOVAG;
3º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar is gegeven; en
4º binnen twee jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer de te examineren module heeft onderwezen.