BWBR0005545
Geldig vanaf 2005-03-21
Artikel 19
Regeling benoemingseisen examencommissieleden
Tot lid van de commissie voor de module-examens repressie, management/beleidskunde, proactie/preventie/preparatie I, proactie/preventie/preparatie II, opleidings- en oefenbeleid, informatie- en communicatietechnologie beheer, regionaal officier gevaarlijke stoffen en waarschuwings- en verkenningsdienstdeskundige, bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met h, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993, kan worden benoemd degene die:
a. 1º beschikt over ten minste het diploma hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993 of een daaraan gelijkwaardig diploma;
2º aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandmeester eerste klasse, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
3º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden;
4º binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven heeft; dan wel
1º beschikt over ten minste het diploma hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993 of een daaraan gelijkwaardig diploma;
2º aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandmeester eerste klasse, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
3º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden;
4º binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven heeft; dan wel
b. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie op het terrein van de te examineren module, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden, en beschikt over: 1º een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°.
1º een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°.
a. 1º beschikt over ten minste het diploma hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993 of een daaraan gelijkwaardig diploma;
2º aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandmeester eerste klasse, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
3º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden;
4º binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven heeft; dan wel
1º beschikt over ten minste het diploma hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993 of een daaraan gelijkwaardig diploma;
2º aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandmeester eerste klasse, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
3º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden;
4º binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven heeft; dan wel
b. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie op het terrein van de te examineren module, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden, en beschikt over: 1º een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°.
1º een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°.