BWBR0005291
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 258
Burgerlijk Wetboek Boek 3
1. Wanneer een in pand gegeven goed als bedoeld in artikel 236 lid 1in de macht van de pandgever komt, eindigt het pandrecht, tenzij het met toepassing van artikel 237 lid 1werd gevestigd.
2. Afstand van een pandrecht kan geschieden bij enkele overeenkomst, mits van de toestemming van de pandhouder uit een schriftelijke of elektronische verklaring blijkt. Indien van de toestemming uit een elektronische verklaring blijkt, is <a href="/wet/BWBR0005289/artikel/227a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 227a lid 1 van Boek 6</a>van overeenkomstige toepassing.
2. Afstand van een pandrecht kan geschieden bij enkele overeenkomst, mits van de toestemming van de pandhouder uit een schriftelijke of elektronische verklaring blijkt. Indien van de toestemming uit een elektronische verklaring blijkt, is <a href="/wet/BWBR0005289/artikel/227a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 227a lid 1 van Boek 6</a>van overeenkomstige toepassing.