BWBR0005291
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 247
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Buiten de gevallen, geregeld in de <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/89" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 89</a>en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/198" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">198 van Boek 2</a>, blijft de uitoefening van stemrecht, verbonden aan een goed waarop een pandrecht rust, de pandgever toekomen, tenzij anders is bedongen.