BWBR0005291 Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 3:219 BW
Burgerlijk Wetboek Boek 3 — artikel 219
Buiten de gevallen, geregeld in de artikelen 88en 197 van Boek 2en artikel 123 van Boek 5, blijft de uitoefening van stemrecht, verbonden aan een goed dat aan vruchtgebruik is onderworpen, de hoofdgerechtigde toekomen, tenzij bij de vestiging van het vruchtgebruik anders is bepaald. Bij een vruchtgebruik als bedoeld in de artikelen 19en 21 van Boek 4komt het stemrecht eveneens aan de vruchtgebruiker toe, tenzij bij de vestiging van het vruchtgebruik door partijen of door de kantonrechter op de voet van artikel 23 lid 4 van Boek 4anders wordt bepaald.
- Citeren als
- Art. 3:219 BW
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0005291
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl